Meerdere keren heb ik op mijn blog aandacht gevraagd voor de andere werkelijkheid die er is, de
Vierde dimensie onzichtbaar, onverklaarbaar, ten diepste ongrijpbaar, maar
Reëler dan onze realiteit. Op meerdere manieren kunnen we dat
Mysterie proberen te benoemen, of via
Metaforen en andere vergelijkingen er iets van proberen uit te beelden om het zo te verduidelijken, te duiden, om even, heel even, voor een moment, en slechts af en toe achter dat gordijn te kunnen kijken. Of het op zijn minst te proberen. En voorzover het mogelijk is. Als het al over te brengen is. Of er ook oren voor open staan.
Het is voor mij een poging om dat wat ik zelf geloof, aan anderen duidelijk te maken, zodat het herkenning oproept. Tot nadenken stemt. Tot
Verwondering leidt. Omdat het niet alleen om het tastbare, het zichtbare en het hier en nu gaat. Omdat er meer is tussen hemel en aarde. En dat is soms wel eens moeilijk om over te brengen.
Nou is het wel de kunst om dat wat je gelooft op een geloofwaardige, praktische en authentieke wijze aan te laten sluiten op je dagelijkse leefwereld. Om je geloof in praktijk te brengen. Om niet alleen in woorden, maar ook in daden te laten zien waar je in gelooft. Om 'christelijk' te zijn en te doen. Om christen te zijn in hart en nieren, met hoofd en hart en handen. Om Jezus na te volgen.
Dat is een opdracht. Maar het is ook een opgave. En een niet zo makkelijke opgave ook, waar veel mensen moeite mee blijken te hebben. Hoe geef je handen en voeten aan je geloof? Wat kan ik doen? Hoe moet ik leven?
Voor veel kerkgangers lijkt de kerkdienst op zondag het 'moment suprème' te zijn, het hoogtepunt van de week. Daar gebeurt het. Daar wordt je gevoed. Opgevoed. Gevormd. Daar leer je wat je al weet. De ontmoeting met medechristenen. Dat is de eredienst. De ontmoeting met God. In het huis van God.
Maar is dat allemaal wel zo? Ik waag het zo langzamerhand voorzichtig te betwijfelen. Ik word er in ieder geval maar weinig gevoed, laat staan gevormd. Ik leer er maar heel weinig nieuwe dingen. En alleen maar consumeren en luisteren geeft mij weinig gemeenschapsgevoel. Het is mij te kil, te vrijblijvend, te weinig praktisch, te afstandelijk, te massaal. Dat ligt waarschijnlijk wel grotendeels aan mij, maar toch ook weer niet alleen. Ik spreek uiteraard voor mezelf, maar ik hoor het van heel veel mensen, uit verschillende kerken, van uiteenlopende kanten.