De regendruppels vallen ritmisch vanuit een hoge, onzichtbare wolkenhemel, en elke druppel veroorzaakt uitwaaierende en rimpelende kringen. En verdwijnt, weg in het water van voorbij. Elke druppel lijkt hetzelfde, maar is niet na te meten, onnavolgbaar. Elke druppel valt apart, op regelmatige afstand, eerlijk verdeeld, ieder op zijn eigen plekje.
Het water zelf oogt stil en onbewogen, afgezien van die voortdurend verschijnende rimpelingen. Het raakt niet merkbaar voller. Het maakt alles deel uit van een wereldwijd systeem van opwarming, wind, verdamping en ontlading. Het houdt zichzelf in stand. Deel van een geheel. Met telkens maar een klein stukje zichtbaarheid. Voorzover je er oog voor hebt.
Zoals de mensenwereld.
Een netwerk van geruchten.
Een universum van individuen.
Een ballenbak.
Een voortschrijdende generatiewisseling.
En toch zijn niet alle druppels hetzelfde.
Zijn niet alle mensen gelijk, zelfs niet op het eerste gezicht.
De een laat zich meeslepen door zijn gevoel, door de wind bewogen, afhankelijk van licht en uitzicht, aangeraakt door woorden of muziek, ontmoetingen en gebeurtenissen. Kleurenspontaan en flegmatiek. Los woestijnzand, binnen no time te veranderen in oasezandkastelen.
Een ander is wat afstandelijker, bekijkt en schikt, overweegt en bewaart alle indrukken in geheugen en hart. Introvert en bescheiden, luisterend en rustig. Moeilijker te benaderen, of te betrappen op onbezonnen uitspraken. Zelfbeheersing lijkt het belangrijkste. Gevoelens zijn ver te zoeken, wellicht diep weggestopt, maar wel degelijk aanwezig.
Je hebt doeners en denkers.
Impulsieven en concreten tegenover bedachtzamen en abstracten.
Prakkezeerders en praktijkmensen tegenover theoretici en aarzelaars.
Zij leven.
Zij leven zich in.
Zij leven zich uit.
Zij leven voorbij.
Zij leven vooraan, of achteraan, of ergens halverwege.
Op de voorgrond, de achtergrond, of volkomen onopgemerkt.
Zij veroorzaken rimpelingen, bemerkt of ongezien.
Zij zijn deel van een groter geheel.
En ieder uniek.