Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).
Posts tonen met het label twijfel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label twijfel. Alle posts tonen

dinsdag 11 juli 2017

De verdwaalweg

Daar gaat hij.
Stap voor stap.
Meter voor meter.
Verder op de weg.
Door met leven.
Overleven.

Waar is hij?
Hij weet het niet.
Zo moe.
Zo leeg.
Zo ver van wie hij was.
Zo ver van waar hij heen wilde.

Achter hem liggen zijn idealen.
Zijn gebroken dromen.
Een weg vol lege woorden.
Een verleden met vraagtekens.

Waar gaat hij heen?
Hij weet het niet.
Zo ongrijpbaar.
Zo idealistisch.
Zo te ver van bereikbaar.

zondag 13 september 2015

Ik heb vandaag een lied gehoord

ik heb
vandaag
een lied
gehoord
het kwam
van hoog
boven
de bomen
het resoneerde
in mijn hart
waar het mij
raakte diep
van binnen

ik heb
vandaag
een preek
gehoord
al had het
weinig
woorden
het was
de wind
die bladeren
deed vallen
op een tapijt
van donker
mos

donderdag 17 juli 2014

Een eerlijk onderonsje

Ja Heer, hier ben ik weer.
Sinds lang, inderdaad.
In de stilte wachten op het niets.
Mijn hart in rust.
Ruimte voor mijn wijd open ogen.
Horizon rondom.
Mijn lichaam in beweging, wandelend voor Uw aangezicht
Even op adem komen door de regelmaat van in en uit.
Frisse zomerlucht.
Enerverend licht.
Hemels blauw en helderwitte wolken.

Los van woorden, daden, bezigheden.
Los van willen, wensen, doen.
Los van mensen.
Eén met U alleen.

Hier, in de zwijgzaamheid van Uw natuur, de weldadige ruimte van uw openluchtkathedraal.
Waar Uw immense grootheid zichtbaar wordt in Uw bijzondere oog voor detail.
Vind ik mijzelf wellicht een beetje terug.
Kan er misschien weer even tegen.
Laad stukje bij beetje mijn haperende accu op.

Ik observeer en absorbeer hier overdaad en variatie.
Verwonder mij over de bedrijvigheid van al het aards gefriemel.
Luister naar het eigen geluid van elke gebekte vogel.
Steeds hetzelfde liedje, maar elke morgen nieuw.
Ik wandel mee op het onhoorbaar tempo van de wolken.
Aanschouw het ritme van de wind die vluchtige vlagen legt over een keur aan kleurige bloemen.
Zelfs het groene gras ritselt met rustige regelmaat, fluistert in stille harmonie.
De lucht is fris en fruitig.

zondag 8 december 2013

Ontmoeting

Soms loop je in je eentje te dwalen in een donker bos, fototoestel bij de hand, geen kip te zien, loerend naar kansen, wachtend op onderwerpen, alert op beweging. En word je zo maar aangesproken. Stelt iemand een vraag. Heb je zowaar een ontmoeting.

Zo ook gisteren. 's Middags op de fiets naar Alblasserdam, ondanks de dreigende wolken en de regelmatige ontladingen van motregen, om in het park van het Lammetjeswiel, waar ik zeker dertig jaar niet meer geweest ben, te proberen wat foto's te maken van de laatste restjes herfst. Na een half uurtje komt er een klein meisje van een jaar of zes, zeven naast me lopen met haar hond. Ze babbelt er vrolijk op los, spontaan en ongedwongen. Je kunt daar van genieten, van die openheid. Een ontmoeting die je goed doet. Je weet dat ze zal veranderen, wellicht door schade en schande. Tegelijk ben je je er ook van bewust dat je hier helemaal alleen in dit park loopt, met een jou onbekend meisje, en je herinnert je maar al te goed de soms schokkende krantenberichten. Wat kan er al niet gebeuren?

Toen ik later weer wegging, heb ik me nog een keer extra omgedraaid, om naar haar te zwaaien. Ze stak lachend haar hand op.

Terug in Nieuw-Lekkerland, in het schemerduister nog snel even het hondenbos betreden en geprobeerd wat te experimenteren met een flits-variatie, de slow-sync-flits, waarbij je eerst flitst en de sluiter nog even open blijft staan. Hierdoor kun je de voorgrond inflitsen en met de langere sluitertijd de achtergrond ook nog in beeld krijgen. Weer een spontane vraag van een mevrouw die de hond uitliet, of het een beetje wilde lukken. Even een kort gesprek. Zomaar een ontmoeting. Twee minuten. Maar zo anders dan als je mensen groet die je onderweg tegenkomt en ze zeggen gewoon helemaal niets terug ...

maandag 15 april 2013

Het lijsterlied

Was het twijfel?
Was het frustratie?
Was het teleurstelling?
Was het een vicieuze cirkel, waar hij niet uit kon komen?

Hij wist het niet.

Hij dwaalde nu al uren rond in de natuur, die hem zo bekend en zo vertrouwd was. Hij kende elke bocht van het graspad, de kale, net uit winterslaap ontwaakte begroeiing langs het water. Hij was omgeven door geluiden van ganzen en andere vogels, ver weg, en de wind die het riet deed wuiven. Het gras was kort maar groen. Zijn voetstappen klonken monotoon, gedempt, steeds maar door, stap voor stap. De grond was nog licht vochtig van de regen van de laatste dagen, maar gelukkig niet modderig.

Hij was gestopt met foto's maken, het had geen zin, hij had er al zoveel. Hij wilde niet vastleggen, maar ervaren, voelen, ondergaan, nu. Zijn hoofd leegmaken van gedachten. Veel te veel gedachten, zoals altijd. Hij moest stoom afblazen, frisse lucht happen, diep in- en uitademen. Ontluchten ...

Er was geen einde aan schoonheid, hij moest het toegeven. Hij had al heel wat beelden gemaakt, en een selectie van die beelden was het bekijken waard. Zeker, hij was er gepast trots op. Maar het kon altijd nog mooier, andere plekken op deze wereld, onder andere omstandigheden gemaakt, ze waren, as hij ze onder ogen kreeg, van een overweldigende schoonheid en kleurenpracht, daar kon hij niet aan tippen. Hij vond het niet erg, dit was de omgeving waar hij in leefde, en ook dit was al imponerend. Vooral de gang van de seizoenen boeide hem buitenmate. Het was zijn uitdaging om de verschillen in groeifases over langere tijd vastgelegd, uit te beelden.

Er zat een idee achter. Een woord. Een doel. Een hand.
Dat was wat hij wilde laten zien.
Door alles heen.

En tegelijk was het leven niet alleen schoonheid. Er was het duidelijke contrast met de gebrokenheid van het leven, die hij ook zelf aan den lijve had ondervonden, die hem gevormd had, in zekere zin. Niet alleen de mooie buitenkant had waarde en betekenis, maar ook dat wat eronder lag verborgen. Zelfs dat wat op het eerste gezicht lelijk was en zo gewoon leek, zo alledaags. Het had een doel. Een ziel. Een harde realiteitswaarde.

Maar het was zo moeilijk te vatten. In beelden. In woorden. De rauwe werkelijkheid, het harde leven. Het frustrerende alledaagse. Het was zo makkelijk om er langs heen te leven, eroverheen te stappen als het je pad kruiste, ervoor weg te lopen. Maar het zou niet eerlijk zijn, je moest wel de hele realiteit onder ogen durven zien. Dat was ook het leven, zoals het geleefd moest worden. Met alle ups en downs. De levensweg met bergen en dalen.

Want in de modder kon zo maar een vlinder neerstrijken. Aan de kale muur hechtte zich een taaie bloem. In situaties van pijn en diepe emotie kon je ook de diepste liefde lezen tussen mensen. Het wachten op de eerste tekenen van lente na de kale, koude winter, kon zo ongelooflijk lang duren, maar was het wachten meer dan waard.

En tegelijk was die tweeslachtigheid, het mooie en het afzichtelijke, natuurlijk de oorzaak van allerlei menselijke conflicten, innerlijke tegenstrijdigheid en hoewel hij hij het wist en herkende bij anderen en bij zichzelf, kon hij zich er zelf ook niet aan ontworstelen. Hoe zou hij kunnen?

Het interne conflict in een mensenziel, met aan de ene kant het gevoel altijd te kort schieten, en aan de andere kant het onbedwingbare verlangen naar meer. Erachter komen dat het leven niet maakbaar is, dat bijna alles onder je handen afbreekt, het is voor niemand makkelijk om dat uiteindelijk onder ogen te zien. Aan de andere kant, dat altijd zoeken naar redenen achter de zichtbare werkelijkheid, waarom dingen er zijn, waarom zaken gebeuren, naar de diepere oorzaak van alles, het kan je een leven lang bezig houden, je hoofd kan vol zijn van alle mogelijke antwoorden, maar je niet verder brengen dan toen je ooit begon.

Soms wenste hij weer kind te zijn, open en ontvankelijk voor alles, onschuldig en verwonderd, afhankelijk van de omgeving, vol vertrouwen van morgen. Maar het zou natuurlijk niet lukken, terug naar de moederschoot, de baarmoeder van het leven, achter de oorsprong aan. Maar in gedachten probeerde hij het wel, graven in zijn kale herinneringen. Teren op zijn verleden. Verder bracht het hem echter niet, zoals te voorspellen was. Het zat te diep, te ver weggestopt, onder schoolse misleidingen en nagekomen herinneringen verborgen.

zaterdag 22 december 2012

Onrust

voortdurende onrust
en diepe vragen
omklemmen
doorlopend
mijn zoeken 
naar meer 
en naar diepte
naar hoogte 
en verre beelden
van verleden
en toekomst

oceanen
vol wankele golven
donkere wolken
van smart
en woeste winden
van wanhoop
voeren mij mee
naar het einde
van wat ik
niet weten wil

kom
fluister
mijn naam
hou mijn hand
eindeloos vast
troost mij
met tranen
mijmer mij
rustig

luister mijn drukte
terug tot het fluisteren
van woorden
zonder waarde

maandag 17 december 2012

Advent?

Advent?
Is dat niet wachten op Kerst?
Is dat niet anticiperen op vrede op aarde?
Is dat niet de boel versieren en duizenden lichtjes ophangen en sfeer creëren en vreugde zoeken en gezelligheid maken en met zijn allen je stinkende best doen om het een beetje mooier en vrolijker te laten worden op deze aarde, in de allerdonkerste tijd van het jaar?
Is dat niet geloven dat het allemaal beter zal worden, ooit, later?

Advent?
Nee, dat is het niet.
Dat is het helemaal niet.
Dat is het allemaal niet.
Dat is wegkruipen.
Dat is ontkennen.

Advent, dat is wachten.
Wachten op de morgen.
Wachten op het licht.

Advent, dat is hartstochtelijk verlangen.
Advent, dat is bidden, tegen de klippen op.
Dat is verzwelgen in zwijgen.
Gelaten, in stilte.
Geladen, vol spanning.
Midden in de nacht.
Doortrokken van kou.
Overspoeld door vragen.

Weifelend.
Twijfelend.
Vertwijfeld.

Verontrust.
Fluisterend.
Eenzaam.
Verlaten.
Alleen.

Niet meer weten waar je het zoeken moet.
Honger.
Donker.
Angstig.
Verdwaald.
Op dood spoor.
Aan het eind van je Latijn.
Ver weg van huis.
Van God verlaten.

Advent is geen kitsch, geen lichtjesfestijn, geen glitter en glamour, geen vreten op aarde en in de magen een welbehagen. Dat is hol, dat is leeg, dat is nep, dat is namaak. Opgepoetste vreugde. Inhoudsloze jolijt.

Nee ....

zondag 7 oktober 2012

Licht en duisternis

In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water. God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag. (Gen. 1:1-5
In Genesis 1, het eerste hoofdstuk uit de Bijbel, staat als eerste scheppingsdaad van God vermeld, dat Hij het licht schiep. De aarde was woest en leeg. Er heerste dus kennelijk duisternis voorheen. Als laatste in de rij schiep God de mens. Man en vrouw.

In 1 Johannes 1:3 zegt Johannes met zoveel woorden dat God licht is. Geen duisternis is in Hem. En ik geloof dat ook, van harte. Vorige week ging de preek daar over, maar onderwijl dwaalden mijn gedachten even verder. Op een vreemd zijpad.

Want waar komt die duisternis dan vandaan?

We weten allemaal dat er goed en kwaad is in deze wereld, in de onderlinge contacten tussen mensen, diep in de krochten ook van de menselijke ziel. Als we eerlijk zijn, moeten we het erkennen. Er is ook lijden, pijn, verdriet, ziekte en gebrokenheid. En het leven wat ons gegeven is, zal zeker eindigen met de dood. Althans, ons lichaam houdt op te functioneren, wordt begraven en zal uiteindelijk, na jaren, vergaan tot stof.

In de Bijbel kunnen we lezen, waar dat kwaad, die duisternis, de dood, vandaan zijn gekomen. Er is een duivel, een satan, die er was, voor de mens gemaakt werd. En na de schepping, kwam hij in de gedaante van een slang om de mens te verleiden. Dat is ook gebeurd. Maar het betekent dat hij er al was, dat hij al langer bestond.

Ik weet dat er over het bestaan van die duivel verschillend gedacht wordt, dat er niet vaak over gepreekt wordt, dat er zelfs door mensen gezegd wordt dat hij een personificatie van het kwaad genoemd kan worden. En zeker, ik ben ook huiverig om dit onderwerp aan te roeren, omdat ik geen theoloog ben. Maar, aan de andere kant, het is een realiteit die je ook niet zomaar kunt ontlopen of dood kunt zwijgen.

zaterdag 16 juni 2012

Het verdwaalde schaap

We kennen het beeld. Het zielige, donzige, in struiken verward zittende, angstig mekkerende, ernstig verdwaalde schaap. Er zijn al heel wat zoetige plaatjes van verzonnen. Kitsch-kunst.

Het blijft een mooi verhaal, natuurlijk, dat wel. Die ene, die eigenwijze, of misschien niet goed oplettende, die achterblijft. Hij zal niet bewust een eenmansactie zijn begonnen. En dan de bezorgde herder, die alles laat voor wat het is en hem dan uiteindelijk vindt en terugbrengt.

Er staat niet bij hoe lang het zoeken duurde. Er staat niet bij hoe die negenennegentig anderen de tijd hebben doorgebracht, of er voor hen ook een back-up was, een tijdelijke, veilige rustplaats. Er staat niets bij over de gemoedstoestand van het schaap, bij vertrek, bij aantreffen door de herder, bij terugkeer naar de rest van de kudde mekkeraars.

We kunnen onze fantasie de vrije loop laten, het plaatje invullen.

Maar.

Stel.

Stel je nu eens voor dat zo'n verdwaald schaap niet zoetig en zielig is, maar een onaangepast, in een hypermodern jasje gestoken, alternativo?

Dat hij naast je komt zitten in de bank. Dat hij alles eerst eens observeert. Maar zijn mond niet kan houden. Stel, dat hij vragen gaat stellen bij alle rituelen en vormen, alle o zo gewoon geworden liturgie. Stel, dat hij het ook zegt als hij de preek niet begrijpt. Interrumpeert. Corrigeert. Herformuleert. In begrijpelijke, directe, confronterende vragen. Dat hij zijn huiveringwekkende twijfel durft benoemen, de essentie van zijn, in niet mis te verstane taal, in het confronterende zicht van bekijken brengt. Dat hij iets vertelt van zijn eigen schokkende leven, en heel praktisch vraagt hoe hiermee om te gaan. Stel, dat hij bij het zingen van een psalm wil gaan dansen en huppelen van zielenvreugd, of zomaar brutaal handklapt en instemming betuigt.

Wat dan?

zaterdag 28 januari 2012

Onder of van boven wijs

Laten we school maar meteen afschaffen. Te veel nutteloze informatie, te weinig basiskennis, zonde van de tijd, geknechte creativiteit ....

Terwijl er deze week 20.000 leraren aan het demonstreren waren in Den Haag, gooide ik bovenstaande uitspraak de sociale media ether in. Ze hadden het kennelijk allemaal erg druk met staken, want ik ben niet meteen op mijn nek gesprongen. Ik heb daar later nog even over na lopen denken. Hoe kom ik aan zo'n gedachte? Spreekt er frustratie uit het verleden uit? Was het een grapje? Was het uit de lucht gegrepen?

Misschien wel alle drie ...

Eerlijk gezegd heb ik zelf niet zulke goede ervaringen met school. Natuurlijk, je leert er goede dingen, lezen en schrijven, daar heb je wat aan. Je hoort er mooie verhalen, althans bij sommige onderwijzers op de lagere school. Verhalen die gingen leven. En met één gingen we zelfs als klas naar buiten om de namen te leren van alle planten die we tegenkwamen. En we vingen kikkerdril, die we dan in een namaakvijver in een opblaaszwembadje voor in de klas weer loslieten. Maar dat zijn wel de spaarzame momenten van goede en mooie herinneringen. Voor de rest moest je heel veel doen, met de nadruk op 'moest'. Het hoorde, je wist niet beter.

Maar je ogen en je aandacht dwaalden vaak af, je fantasie ging op de loop. Lezen was veel leuker, avonturen meebeleven, die je zelf nooit zou meemaken. Andere werelden ontdekken, andere culturen. Er was een verlangen dat groeide. Je zag iets dat er niet was. Van binnen. Onbegrepen door cijfers, onvatbaar voor onderwijzers. Gelukkig kon ik wel goed leren. Ik groeide daarbij nog eens op in een tamelijk beschermde omgeving, eenvoudig en overzichtelijk. En je had maar twee soorten kinderen in het dorp, openbaren en christelijken, strikt gescheiden werelden ...

De overgang naar het voortgezet was dan ook groot. Fietstochten van een half uur, andere kinderen uit andere dorpen. Allemaal verschillende leraren met ieder een aparte gebruiksaanwijzing. Verwarrende gevoelens. Tegenstrijdige of lacherige tegengeluiden over wat je zondags in de kerk hoorde. Ervaren dat je in twee werelden leeft. Huiswerk, heel veel huiswerk. Te veel nutteloze informatie tot je nemen, dat ook nog eens te veel vrije tijd opslokte. Doelbewust tijdverdrijf in uitermate saaie lesuren, ongelukkige bezigheidstherapie. Verplicht luisteren naar andermans problemen. Tempo vertraagd tot het niveau van de niet-snappers. Wat gek dat iedereen dat pikte ... het hoorde zo ... je wist niet beter. Natuurlijk, het was niet allemaal kommer en kwel. En serieus, we maakten ook grapjes ...

zaterdag 22 oktober 2011

Het einde nadert ...

Het is mijn oprecht verlangen om op deze weblog, enkele maanden geleden opgestart, zoveel mogelijk aandacht te vragen voor het wonder van de schepping, voor het wonder van het leven van ons, mensen, voor de boodschap van liefde van God voor ons mensen. Door middel van foto's, muziek met een boodschap, algemene berichten met een beeld, dat gedachten aan iets hogers en diepers oproept, maar ook met berichten met een hele duidelijke boodschap, rechtstreeks afgeleid uit de Bijbel, probeer je iets te laten zien dat uitgaat boven de zinloosheid van het leven, zoals mensen soms in bepaalde omstandigheden kunnen ervaren. Probeer je hoop te geven. Uitzicht op een ander leven. Probeer je uit te stijgen boven de oppervlakkigheid en de vluchtigheid.

En je weet, woorden schieten te kort, beelden zijn maar beperkt te gebruiken, niet alles is te 'vangen'. Je bent ook maar een mens. En God is te groot om onder woorden te brengen.

Maar soms, als je de krant leest, het nieuws op de radio hoort, televisie kijkt, om je heen gesprekken mee kunt luisteren, dan kun je zomaar worden overvallen door somberheid, een gevoel van machteloosheid. Waar moet het heen met deze wereld? Wat gebeurt er allemaal? Is iedereen gek geworden?

Honger in Afrika, overstromingen in Thailand, eigen burgers neerschieten door soldaten in Syrië, de dood van Gadhafi op mensonterende wijze als beeld voor heel de wereld zichtbaar. En hier maken we ons vreselijk druk om onze pensioenen, over de schuldencrisis, over de miljarden die rondgepompt worden om te overleven. Bezetten we steden uit onmacht en ontevredenheid, maar een snelle oplossing is er natuurlijk niet ...

In het verkeer blijkt pas echt hoeveel beschaving we nog over hebben.

Het einde nadert ...

Ik wil absoluut niet defaitistisch zijn, somber, depressief of negatief. Maar ik heb mijn ogen ook niet in mijn achterzak zitten. Ik observeer, constateer, neem waar. En huiver af en toe ...

Het verschil tussen de rijken en de armen op deze wereld wordt almaar groter. En de rijken, met hun overmatige productie en door overdadige en door reclame kunstmatige opgewekte behoeften, 'verslijten' de energievoorraden in zo'n razend tempo, dat we binnen enkele generaties niets meer over hebben. We consumeren meer en meer, nodig of niet nodig. De natuur is aangetast, in de war, wordt moedwillig gekortwiekt. De afvalberg groeit en groeit, al scheiden we alles van elkaar en de zwerm plastic soep in de zee wordt groter en groter. Olierampen zijn aan de orde van de dag.

Het einde nadert ...

In ons eigen kikkerlandje is kennis vergaren het hoogste doel. Met je handen werken, dat laten we aan de buitenlanders over. Die we vervolgens als een 'aparte' groep weer gaan veroordelen om hun gewoonten of ontsporingen. Iedereen een televisie, een computer en een telefoon, Blackberry, iPad of iPhone. Allemaal in de virtuele wereld ... Maar ondertussen verzuipen we ...!

Vergeten we niet te leven? Beseffen we nog wie we zijn? Stellen we onszelf nog vragen over het mogelijke doel van het leven? De zin van het bestaan, liggen we er nog wakker van?

donderdag 19 mei 2011

Toelichting Question - Answer

God is verborgen voor wie Hem niet zoeken, maar Hij openbaart zich aan wie Hem zoeken. (Blaise Pascal)
Gisteravond een aantal twitterberichten gestuurd met regels uit songs van enkele hedendaagse muzikanten, nou ja, in ieder geval van de laatste decennia. Over vragen die niet beantwoord worden, over deuren die gesloten blijven ...
Why do we never get an answer, when we are knocking at the door? (The Moody Blues - Question)
I feel like I'm knockin' on heaven's door. (Bob Dylan)
So give us an answer, won't you, so we know what we have to do, there must be a thousand voices, trying to get through. (Supertramp - Lord is it mine?)
Er zijn mensen die niet in God geloven, maar wel zoeken naar mogelijkheden dat er meer is dan dit aardse, tijdelijke, tastbare leven. Heel veel mensen. Blijkbaar is er een 'God-shaped hole' in hun hart. Een heimwee naar meer, hoger, dieper. En dat maakt onrustig. Soms schreeuwt zich dat een weg naar buiten. Soms schrijft iemand er een lied over. Over al die vragen. Zoals The Moody Blues.
Zoekers, ik kan me er mee identificeren. Ik wil meegaan op de weg, de vragen stellen, moeilijke vragen, pijnlijke vragen, mogelijke antwoorden onderzoeken, de zoektocht lijfelijk en mentaal mee-ondergaan, mee op wandelen en worstelen. Misschien komen we er niet uit. Op een heleboel vragen is zeker geen antwoord te vinden.
Er zijn ook mensen die de verkeerde kant opzoeken, ze willen niet nadenken over dit soort moeilijke, existentiële vragen. Zij vluchten. Hun leven lang. Hun leven een droom. Of juist heel aards, laag bij de gronds. Pluk de dag. Carpe diem. Want morgen sterven mij. Je moet nu genieten.
Je hebt ook mensen die hun mening al gevormd hebben. Er is niets. Na ons een zwart gat. Een niets. En hier en nu is helemaal niets. Ze schrijven er boeken over, dragen hun boodschap dat er geen boodschap is, uit. Het leven is zinloos en iedereen moet het weten.
Ik begrijp ze allemaal. In zekere zin hebben ze ook allemaal voor een deel gelijk. Daarom herken ik hun meningen, hun zoektocht, hun vluchtgedrag, hun doelloosheid, hun nihilisme.
Want zonder God is echt alles zinloos, hoe mooi de natuur, ons lichaam, de kunsten en de liefde ook mogen zijn. Want er is geen uitzicht. Geen toekomst. Alles wat is, gaat voorbij. Alles wat bestaat vervluchtigt tot niets. Dus is alles zinloos.
Maar ik weet ook beter. Op verstandelijk niveau, in de eerste plaats. Zoveel pretenties heb ik wel. Ik heb heel wat boeken gelezen over de apologetiek, allemaal verstandsvragen. Bewijzen voor het bestaan van God, het ontstaan van de aarde, uit de archeolgie, de biologie, de filosofie.
Zelden kom je er toe om in gesprek te gaan met een verstokte atheist of een twijfelende ongelovige over dit soort boeiende bewijzen. Laat staan dat jer iemand simpel mee zou kunnen overtuigen. Maar ik denk zelf dat de uiteindelijke vraag achter al die andere vragen van een andere orde is.
Namelijk: stel dat Hij inderdaad bestaat, wil ik God dan vinden, wil ik Hem toelaten, wil ik mezelf overgeven aan het Onbekende? Want dat is heel eng. Dat heeft namelijk consequenties. Voor mij, de anderen om mij heen, mijn hele zijn, mijn toekomst ....
The heart has its reasons of which reason knows nothing. (Blaise Pascal)
Die echte vragen van het hart, de ziel, die kom ik zelf nadrukkelijk tegen bij Blaise Pascal. Zijn boekje 'Gedachten' vind ik prachtig. Hij is zelf op vele vlakken wetenschapper geweest, maar weet heel goed die verstandelijke en hartsvragen bij elkaar te houden. Hij laat je verbanden zien, stelt je nadrukkelijk vragen waar je niet omheen kunt. En uiteindelijk komt hij bij God uit. Lezenswaardig! Het loopt allemaal uit op de stelling: 'Als God niet bestaat heb je niets te verliezen, maar stel dat Hij wel bestaat, dan heb je alles verloren.
Dat mogelijke antwoord is van een totaal andere orde. Mystiek. Paradox. Andersdimensionaal. Dat gaat niet over je verstand, dat gaat zelfs niet over je gevoel. Dat gaat dieper, hoger, verder. Dat gaat over je diepste ik, je ziel, je zijn, je wezen. Wie ben ik? Wat doe ik hier? Wat is de reden van mijn bestaan?

Als er niets op het bestaan van God wees, zou ik ongelovig worden. Als ik overal bewijzen voor vond voor het bestaan van God, zou ik veilig en rustig geloven. Maar ik zie te veel bewijzen om te ontkennen dat God bestaat, en te weinig bewijzen om helemaal zeker te zijn. Het is onbegrijpelijk dat God bestaat én het is onbegrijpelijk dat God niet bestaat. Onbegrijpelijk dat de ziel bij het lichaam hoort, én onbegrijpelijk dat we géén ziel zouden hebben. Onbegrijpelijk dat de wereld geschapen is, én onbegrijpelijk dat de wereld niet geschapen zou zijn. Mijn hart streeft er naar om de waarheid te weten en te volgen. (Blaise Pascal)
De aan het begin genoemde drie citaten uit songteksten op twitter heb ik laten volgen door de uitspraak van Jezus, uit de bergrede: 'Wie klopt, die zal worden opengedaan.' Dat is de belofte die Hij doet. Voor allen die Hem zoeken, met een oprecht hart. Iemand twitterde meteen terug: 'Zie Ik sta aan de deur en Ik klop.' De bekende tekst uit Openbaring 3 : 20.

En dat is het waar we ons aan vast mogen houden. De zoekers, degenen die vluchten, de onverschilligen, de betweters, de christenen, de twijfelaars. Allemaal. Er is niets in ons.
Hij is altijd bereikbaar. Aanspreekbaar. En Hij zoekt ons. Hij wacht op ons. Hij roept ons. Zachtjes. Fluisterend. Waar wachten wij op? Waar wacht jij op?
God gebruikt allerlei momenten in het leven van een mens om zijn aandacht te trekken. Een gesprek, een mooi boek, een bijzondere of onverwachte ontmoeting, een pijnlijke gebeurtenis, een ziekte, wellicht de dood van een geliefde. Als iemand tot geloof komt is dat meestal niet op een moment, uitzonderingen daargelaten, maar heeft hij een lange weg afgelegd, is bijzondere kruisingen gepasseerd met soms verrassende wegwijzers. Maar dat herken je pas achteraf.
Aan de andere kant, ik doe zelf sinds enkele jaren evangelisatiewerk in onze gemeente (gemeentelijk en burgerlijk, kerkbreed), maar het is heel erg moeilijk om echt originele en aansprekende manieren te vinden om de aandacht van mensen te trekken. Vaak komen er niet de mensen op af die je wilt bereiken. Hoe graag je ook wilt, hoe goed je ook je best doet. Verbazingwekkend bijvoorbeeld vind ik dat de Alpha cursus die sinds een aantal jaren draait in ons dorp, voornamelijke bezocht wordt door kerkmensen. Er gebeuren mooie dingen, zeker, maar je zou toch verwachten dat die de basiskennis van het christelijk geloof reeds bezitten?
Enfin, ik had getwitterd en vervolgens werd mijn aandacht 'getroffen' door het lied van Gungor, 'Prodigal', de verloren zoon. Mooie dingen worden daar gezegd. Diepzinnige ervaringen. Weglopen voor genade, geen aandacht schenken aan Zijn liefde. Maar dan, erachter komen, dat niets is te vergelijken met wat God gedaan heeft voor ons. Dat zet je leven op zijn kop. Totaal.
Dat heeft niets met verstandelijke redenaties te maken, dat gaat uit boven je worstelingen, je moeilijke, existentiele vragen, je jarenlange zoektocht naar waarheid en inzicht. Want dan wordt je, zomaar ineens, getroffen door het Antwoord. De liefde van God.
Dat is het Antwoord dat de wereld moet horen, de blijde Boodschap die iedereen moet weten, moet ervaren, moet geloven. Zo mooi. Zo kostbaar. Zo eeuwig en eindeloos. Zo God. Onuitsprekelijke, onnavolgbare, ongelooflijke Liefde.
Dat is waarom Hij de wereld schiep, waarom Hij jou adem gaf, waarom Hij jouw aandacht trekt.
Dat is waarom de kerk er is, waarom er christenen zijn, navolgers, leerlingen. Tekortschietend, zeker.
Dat is waarom ik schrijf, aarzelend, stamelend, hakkelend.
De vragen en de worstelingen blijven, ook bij mij. Maar ze komen in een ander Licht te staan. Een licht Licht. Dan vallen een hoop schaduwen weg. Dan breekt een nieuw tijdperk aan. Het koninkrijk van licht en vrede en liefde. Gerechtigheid en barmhartigheid.
Genade. Grace. Het diepste woord ter wereld. Het Antwoord op ongelooflijk veel vragen. Het Fundament van de nieuwe Toekomst. De Brug tussen nietige stofjes aan een weegschaal en een Ontzagwekkend Indrukwekkend Liefdewekkend Allesomvattend Almachtig en Alomtegenwoordig GOD ....

zondag 8 mei 2011

Twijfel

Er is onlangs een groot onderzoek naar ‘twijfel’ uitgevoerd door CV-Koers onder de eigen achterban. Ca. 900 lezers deden eraan mee. Het onderzoek is hier als PDF-document te downloaden of te lezen. Wat mij bijzonder opviel was het slot van het artikel van de hand van Robert Doornebal, waarin hij reflecteert over het uitgevoerde onderzoek. Ik laat het onderstaand volgen.
We kregen tientallen suggesties voor kerken over hoe zij om kunnen gaan met twijfel. Die vallen binnen twee categorieën: bied ruimte en geef passend en gedegen onderwijs.

Ruimte bieden aan twijfel in de gemeente betekent vooral dat er meer aandacht aan moet worden gegeven. ,,Ik ben bepaald niet de enige die zwaar twijfelt’’, schreef iemand, ,,maar het gaat er nooit over.’’ Daarnaast willen mensen graag dat het gesprek over twijfel zó wordt gevoerd dat het zelf ook ‘ruimte’ biedt. Hier vallen termen als veiligheid, minder stellig of opdringerig op elkaar reageren, niet oordelen, ,,afstappen van de hang naar een volledig sluitend systeem van waarheden’’, en ,,twijfel als ledig sluitend systeem van waarheden’’, en ,,twijfel als groeimogelijkheid zien’’ in plaats van als zwakte. Het accepteren dat mensen verschillen in de manier waarop ze geloven, wordt soms ook genoemd.

Naast ruimte voor eerlijke gesprekken vragen respondenten om gedegen onderwijs. De wens is dat in prediking en bijbeluitleg serieuze vragen aan de orde komen. Daarnaast verlangt iemand naar ,,een kring waar ik echt gevoed zou kunnen worden’’, en wordt er gewezen op het belang van apologetische literatuur.

De uitdaging voor kerken en christenen rondom het thema twijfel liggen mijns inziens op drie vlakken.
- Ten eerste is er meer gerichte aandacht nodig voor vragen van intellectuele aard waar mensen tegenaan lopen en die cognitieve twijfel in de hand werken. Deze vragen zijn complex en verdienen een doordacht antwoord. Hier komt de apologetiek (geloofsverantwoording) in het vizier.
- Ten tweede is het van belang dat de dimensie van gemeenschap wordt herontdekt. Niet als vroom ideaal, maar als een geleefde werkelijkheid. Hierin draait het onder meer om eerlijkheid, openheid, kwetsbaarheid, luisteren, dienstbaarheid en veiligheid. In zo’n context kunnen christenen elkaar helpen om te gaan met hun (subjectieve) twijfel.
- Ten derde beluister ik een behoefte aan betekenis en zingeving, met name bij hen van wie de twijfels zijn gevoed door negatieve ervaringen zoals eerder beschreven. Naast bepaalde bijbelgedeelten kunnen kunst en literatuur hierin herkenning en glimpen van hoop bieden.

Heel belangrijk is ook dat medegelovigen met fijngevoeligheid en liefde betrokken zijn bij hen die lijden of rouwen, of bij hen die God niet ervaren. Zij moeten erkend worden in hun leed – ‘vriend en metgezel’ hebben, zoals het wordt genoemd in Psalm 88. Opdat hun de diepste pijn bespaard blijft die daar ook beschreven staat: ‘Waarom, o Here, verstoot Gij mij? … Mijn bekenden zijn een en al duisternis.’
Het is voor mij in ieder geval herkenbaar wat hierboven beschreven wordt. Het betekent mijns inziens dan ook huiswerk voor de leidinggevenden van iedere kerk of gemeente, om hierover na te gaan denken. Komen we dat inderdaad tegen in de praktijk, op huisbezoek, in de gesprekken met jongeren en ouderen, etc.? En hoe kunnen we er vervolgens iets mee doen?