Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).
Posts tonen met het label worstelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label worstelen. Alle posts tonen

zondag 5 november 2017

Seizoenvisioen


het licht
waaiert weg
de nacht
groeit aan kracht
de wind
wint bij vlagen
aan sterkte


winterkilte
treedt binnen
nestelt zich
naadloos
in hoeken en gaten

zondag 27 augustus 2017

Reiger worstelt met kikker


Je ziet ze veel.
Reigers.
En vaak staan ze te vissen.
Minutenlang bewegingloos turen.
Geduldig.
Zonder hengel, zonder dobber.
Maar wel met argusogen.

Als je ook even geduld hebt.
En je blijft staan.
Zie je ze altijd wel wat vangen.
Een visje.
Een kikker.
Een kreeftje zelfs.

Even happen.
Even slikken.
Weg.
Slokje water na.
Klaar.

Als je er foto's van wilt maken, moet je snel zijn.
En ik heb er al aardig wat series van kunnen schieten.
Ik heb ook aardig geduld ...

Maar zaterdagmiddag.
In de Donkse laagten.
Deze reiger was wel erg aarzelend ...

Ik zag dat hij iets gevangen had.
Stopte, stapte af.
Een kikker.
Maar hij ging wel 10 keer terug naar de sloot.
Dompelde hem onder.
Wilde hij hem verdrinken?
Een kikker?

Ik wachtte op het moment.
Maakte ondertussen foto's.
Maar hij bleef maar gaan.
Happen.
Terug.

Afijn.
Driehonderd foto's verder.
Het lukte.
Wonderwel.
Eindelijk.
Uiteindelijk.
Hap.
Slik.
Weg.

Verbouwereerd bleef hij nog even staan.
Vergat zelfs het slokje water na.

Was het een grote kikker?
Zo te zien niet.
Was het een jonge reiger?
Weinig ervaring?
Wellicht.

Hij was in ieder geval goed in beeld.
Al is driehonderd foto's wel iets te veel.
Voor één kikkertje.
Zelfs voor mij.



zaterdag 8 oktober 2016

Beeldverslag van een worsteling


Een beeldverslag.
Korte impressie.
Van een lange sessie.
Toch even zo'n zeshonderd foto's geschoten.

Een fuut had iets gevangen.
In de sloot waar ik langs fietste.
Snel afgestapt.
Het bleek een rivierkreeftje te zijn.
Pittige hap voor zo'n klein beestje.
Hij was best even aan het worstelen.

Een beetje lastig fotograferen.
Met pittig tegenlicht.
En een heen en weer zwemmende fuut.
Die ook mij nog in de gaten hield.

Plotsklaps een flinke plons.
Ik dacht eerst dat er iets landde, een ander fuut wellicht.
Maar ik denk, dat de fuut het zelf deed.
Hij dook onder, om even verder weer te voorschijn te komen.
Zo gebeurde dat een paar keer.
Om mij te 'ontlopen'.

Minuten lang ging dit zo door.
Toen was ik hem ineens even kwijt.
Misschien een halve minuut, aan de tijden van de foto's te zien.
De fuut kwam rustig aan terug drijven.
En de kreeft was weg.

Had hij de strijd opgegeven?
Ik denk het niet.
Ik heb grotere dieren naar binnen zien glijden.
In zo'n klein keelgat.

Jammer toch, dat ik dat ultieme moment heb gemist.
Maar even goed een getuige-verslag.
Van dichtbij.
Een korte selectie dan ...


zondag 12 april 2015

Een trage oversteek

Gisteren, na de regenbui waar ik in verdwaald raakte, toen de voorjaarszon weer vrolijk was gaan schijnen en ik weer op weg was naar huis, ben ik nog even een kwartiertje van de fiets gestapt en heb op mijn knieën en op ooghoogte een pad op de foto gezet, die mijn (fiets)pad kruiste.

Op zich niets bijzonders, ware het niet dat deze pad tergend langzaam vorderde. Een kwartier dus, voor een hooguit twee meter breed fietspad. Maar het had wel een oorzaak. Het was duidelijk te zien dat hij telkens een of twee 'stappen' deed en toen met zijn snufferd op het asfalt landde. Het was meer strompelen.

Hij was, bij nadere bestudering, namelijk nogal kreupel. Niet alleen zat zijn zijn ene oog halfdicht, maar daar loop je natuurlijk niet mee. Het leek of zijn voorpoten er verkeerd-om aan stonden. Zijn tenen/vingers stonden naar achteren in plaats van naar voren. Het was wat aandoenlijk om te zien, je zou er meelij van krijgen. Een gehandicapte pad ...

Toch, het was ook een volhouder. Hij moet pijn geleden hebben, maar hij ging door, telkens opnieuw na een korte rustpauze. En uiteindelijk behaalde hij de andere kant van het gras.

Hij was niet groot, hij was niet mooi, maar hij trok wel mijn aandacht en hield die vast. Hij was niet volmaakt, maar feitelijk mismaakt. Hij wekte mijn bewondering door zijn doorzettingsvermogen. Het was een bijter, een vechter, een worstelaar. En hij kwam waar hij wezen wilde. Onverzettelijkheid heeft een langere tijd nodig, en de weg lijkt misschien langer en moeizamer te zijn.

En dat viel mij allemaal op. En sprak mij aan. Daar op mijn knieën. Ook het niet-volmaakte heeft recht op leven. En verdient onze aandacht. Dat we even de tijd nemen om stil te staan, te kijken, te bukken. En misschien juist wel wat meer applaus te geven dan de toch al getalenteerden ... Omdat het zoveel meer moeite kost.



zaterdag 28 februari 2015

Kikkerworstelen

Vanmiddag, tijdens een zeer ijzig rondje op de fiets, gebeurde er ineens iets, vlak bij me. In de sloot, naast de Tiendweg, zwom een fuut en die had iets gevangen. Bij nadere beschouwing bleek het een kikker te zijn. 

Nou heb ik futen best wel eens meer vissen zien vangen en verorberen, en ook best grote exemplaren, maar deze combinatie kende ik nog niet. En de fuut waarschijnlijk ook niet, want hij is echt minutenlang aan het worstelen geweest. Werkelijk honderden foto's geschoten, in het begin zelfs van heel dichtbij, maar onder het worstelen hield hij me best goed in de gaten, dook meerdere keren onder en zwom telkens verder weg.

Of hij hem uiteindelijk heeft opgegeten c.q. doorgeslikt, ik weet het niet. Ik heb het net gemist òf hij heeft hem laten gaan. Er zit een gat in mijn serie foto's ... 

De kikker zelf heeft het waarschijnlijk sowieso niet overleefd, want die zag er op den duur erg gehavend uit.



zaterdag 16 augustus 2014

Eén Kleine vuurvlinder, worstelend in de wind

Op zes kilometer wandelen in een stevige wind, kom je geen vlinders tegen dan in de vijftig meter luwte van een stevig, maar klein bos. Zie de vorige blogpost 'Vlinders in de luwte'.

Behalve dan deze éne dappere, nog wel de kleinste van het stel. Wapperend in de wind, op distels of aan grashalmen. Het viel nog niet mee om daar niet-bewogen foto's van te maken. Voor de zekerheid ook nog even een filmpje van opgenomen. Tot drie keer toe vloog hij op en kon ik hem terugvinden, de laatste keer was ik hem echt kwijt.

De Kleine vuurvlinder is zijn naam.


zaterdag 15 december 2012

Hoopvol licht

er zijn
van die dagen
die somber
kunnen maken

van regen
en wolken
saai en grijs

maar
altijd weer
komt er
een einde aan

gaat de zon
weer stralen
houdt de 
regen op

er is dus
altijd weer
hoop
voor morgen


maar soms
zelfs 
als het grijs is
en bewolkt
zie je het gebeuren
onverwacht
maar zo duidelijk
als ogen
maar kunnen 
zien


dat heel even
de hemelwolken
wijken

glanzend licht
zich meldt
aan de horizon

woensdag 7 december 2011

Worstelen met de elementen

Zo, lief dagboek, dat was lekker, mag ik wel zeggen. Zo'n bui op je kop, klein beetje regen, steeds heftiger regen, felle, harde hagel. Tegen de wind in tornen, je fiets recht proberen te houden, je sokken nat voelen worden, happen naar je adem, bliksem boven je hoofd. Toch maar de kapuchon op van de regenjas, alle stoerheid verdwenen. Meter voor meter vorderen. Inspannend. Warm worden. Kop naar voren. Gaan.

Echt lekker. Worstelen met de elementen. Even los van je fundament, je zekerheden. Weg alle plaatjes die de zon in het licht zet voor je, alle mooie zonsopgangen, alle meewindtochtjes. Gewoon aardedonker, verlichte hemel door lichtflitsen, rollende donder, kletterende hagel, stromende regen, heftige wind. Ondergelopen straten.

Schrijf ik nu, omdat het na een half uur hier binnen lekker droog en warm is.

Maar toch ... ik ervaar iets van de worsteling van Jakob aan de Jabbok.

O, wacht, dat was meer geestelijk ... even wachten. Ga ik nog even over doordenken. Kom ik nog even terug, op een later moment. Als mijn gedachten uitgekristalliseerd zijn, mijn gedachten wat meer op een rij, mijn gevoelens onder controle.

Als de wind is gaan liggen.

woensdag 20 juli 2011

Tegenwind



Tegenwoordig is er eigenlijk niets meer aan. Je draait de sleutel om, start de motor en varen maar. Weer of geen weer. Altijd onderweg. Van laadplaats naar losplaats. En weer terug. Honderden keren per jaar. Zo groot mogelijke schepen, want zoveel te meer lading kun je meenemen.

Vroeger was dat anders. De schepen waren kleiner. En van hout. Het hele gezin aan boord. Je was afhankelijk van de wind, die de zeilen bollen deed, waardoor je vaart kon maken. Hoe meer wind, hoe harder je ging. Of hoe minder zeil je nodig had. Was er geen wind dan moest je trekken op het jaagpad. Of je huurde een paard.

Tegenwoordig is het weer nostalgie geworden. De bruine vloot. Geitenwollen sokken. Zo oud en authentiek mogelijk, alles weer in de oude staat brengen. En er zitten juweeltjes bij. Een tochtje meevaren is echt aan te bevelen. Mag je zelf de zeilen hijsen en merk je pas hoe zwaar dat nog is. Maar denk niet dat je horizontaal blijft.



Wat mij opviel, toen ik daar jaren geleden eens op meegevaren heb, op zo'n mooie zeillogger, is het verschil tussen meewind en tegenwind varen. Als je voor de wind vaart, is er een weldadige rust, een vorm van stilte die je niet zou verwachten aan boord van zo'n log apparaat. Maar als je tegen de wind in vaart klapperen de zeilen en waait het gewoon zeer stevig, althans voor je gevoel.

donderdag 26 mei 2011

Woestijnervaring (1)

Enkele jaren geleden hoorde ik eens een preek op de lokale radio met de intrigerende titel ‘Woestijnervaring’. Aan de hand van een tekst uit Hosea deed de predikant van een zustergemeente enkele bijzondere uitspraken die best indruk op me hebben gemaakt. Sterker nog, ze hebben we nooit meer losgelaten. En steeds kom ik meer teksten in de Bijbel tegen die aansluiten bij het beeld wat ik mij in gedachten heb gevormd. Ik wil er iets van proberen te delen, omdat ik vermoed dat het een universele ervaring is, die heel veel mensen zullen herkennen in hun eigen leven.
De tekst in Hosea 2 : 16 luidt als volgt: ‘Daarom zie, Ik zal haar lokken, en haar leiden in de woestijn, en spreken tot haar hart.’
‘Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God, wanneer mag ik komen en Gods gelaat aanschouwen?’ (Ps. 42 : 3)
Het is goed om dit wel in zijn verband te lezen, liefst alle hoofdstukken uit Hosea, want ze vormen één geheel. Aan de ene kant een God die zijn volk wil lokken met zijn liefde en treurt over haar hoererij. Aan de andere kant, het schokkende beeld dat God door middel van de profeet Hosea het volk Israel laat zien. Hij moet namelijk met een hoer trouwen en kinderen bij haar verwekken, die hij vervolgens bizarre namen moet geven. Lo-Ruchama, wat betekent: die geen ontferming ontvangt. Lo-Ammi: niet mijn volk.  

Verderop in Hosea staat de volgende tekst: (13 : 4-6) ‘Maar ik, de HEER, ben je God al sinds Egypte, en met andere goden mag je je niet inlaten; buiten mij is er niemand die je redt. Ik heb naar je omgezien in de woestijn, in de dorre woestenij. Ik heb hen op weidegrond gebracht en ze raakten verzadigd. Maar toen ze eenmaal verzadigd waren, werden ze hoogmoedig en keerden mij de rug toe.’

zaterdag 21 mei 2011

De paradox van het hellend vlak

In kerkelijke kringen wordt nogal eens de metafoor van het hellend vlak gebruikt. Om maar aan te geven dat als je mensen één vinger geeft, ze al snel je hele hand pakken. Dat het veranderen van ook maar iets in de zondagse kerkdienst al snel leidt tot afglijden naar … ja naar wat eigenlijk? In ieder geval gaat het de verkeerde kant op, ontegenzeggelijk. Want, zo gaat dat altijd …
Ik kom op deze metafoor vanwege de titel van een interview met de Brit Brian McLaren, vorige week zaterdag in het Nederlands Dagblad. Een interview dat mij in meerdere opzichten aansprak en raakte. Reden waarom ik enthousiast twitterde: “Prachtig interview met Brian McLaren in #ND. Open, eerlijk, zoekend, evenwichtig, erkende plaats voor worsteling.” En meteen de vraag terugkreeg: ‘Ben je het in alles met hem eens dan? Zo klinkt je reactie. Mag hoor, maar die verheerlijking van het zoeken en worstelen?’ Leuk hoor, die snelle interactie via twitter. Mijn antwoord: ‘Moet je het in alles met elkaar eens zijn om iets mooi te vinden? Erkenning van de worstelingen is niet in alle kerken gemeengoed.’
Maar omdat twitter geen goed medium is om uitgebreid met elkaar in discussie te gaan, ben ik de uitdaging aangegaan mijn gedachten te verwoorden in een blogbericht.
Niet in alles ben ik het met Brian McLaren eens. Daarom is er ook uitgebreide kritiek op sommige van zijn standpunten gekomen. Hij gelooft bijvoorbeeld niet in de eeuwige hel en heeft moeite met de theologie van het ‘bloed’. Daarmee lijk je toch aardig wat punten uit de Bijbelse boodschap weg te schrappen. Daarin ben ik het ook zeker niet met hem eens, laat ik daarin duidelijk zijn.
En toch werd ik aangesproken. Ik keer terug naar de titel van dit blogbericht, tevens de titel van het interview. Het hellend vlak. Ik citeer Brian McLaren zelf:

'Als we over het hellend vlak praten, doen we dat alsof we bovenaan staan. Maar dat is niet zo. We zijn al een heel eind afgegleden. De kerk heeft altijd compromissen gesloten - met het kolonialisme, het racisme, het kapitalisme... En de kans bestaat inderdaad dat we nog verder afglijden. Je kunt alleen maar je best doen. En kritiek serieus nemen. Altijd ervoor openstaan dat je misschien fout zit.'
Dat citaat sprak me bijzonder aan. Het grote gevaar voor elke christen in de leefwereld waar hij deel van uitmaakt, is dat hij op den duur gaat denken dat hij in een ivoren toren zit, opgesloten met de waarheid, en van daaruit de grote, boze buitenwereld tegemoet kan treden. Zichzelf opsluitend, in een isolement, zuiver houden wat hij heeft, conserveren. Pijlen afvurend. Commentaar leverend op de zondige wereld. Op de maatschappij, de structuren, de ‘anderen’. Dat gevaar is groter dan we denken. De wij-zij tegenstelling. En dat heeft ook veel mensen in het verleden van de kerk vervreemd.

zaterdag 14 mei 2011

Onze Vader

Onze Vader
Dank U dat ik U Vader mag noemen. Zo dichtbij, zo gewoon. Zo aanraakbaar. Papa die mij neemt zoals ik ben. Die mij kent en toch van mij houdt. Die naast mij zit. Voorleest uit het grote Boek. Een versje zingt en mij toedekt voor het slapengaan. Samen met mij lacht. Mijn hand vasthoudt als ik bang ben of verward. Dat ik Uw kind mag zijn. En dat Jezus mijn broertje is. Mijn gote Broer.
Die in de hemelen zijt
Dank U dat U niet zomaar tussen de mensen loopt, maar transcedent bent, op afstand. Dat U geen deel uitmaakt van het tastbare, niet gevangen bent in Tijd en Ruimte. Dat U alles overstijgt, overziet, in Aanzijn hebt geroepen. Regeert, al zou ik niet weten hoe U dat precies doet. Daarom vertrouw ik op U. Omdat U het wel weet. En U niets uit de handen loopt. Ik ben zo benieuwd, zo nieuwsgierig, zo vol van verwachting hoe het zal zijn. Mijn hart klopt sneller.
Uw naam worde geheiligd
Ja, God van hemel en aarde, Schepper, Idealist, Realist, Liefdevolle en Trouwe, Allesomvattende Waarheid, U bent het waard om geprezen, geloofd en toegezongen te worden. Hoe aarzelend en tekortschietend ook van onze kant, aan U de eer, het mooiste Hallelujah aller tijden is nog niet goed genoeg om U de eer te geven die U toekomt. Toch, leer het mij, stamelen en zingen, dichten en bidden, hoe klein ik ben, als U de lof gezongen wordt voel ik mij opgetild, ervaar in schoonheid én gebrokenheid het hogere wat ik niet grijpen kan. Ik strek mijn handen en mijn geest, verlang naar meer en beter en altijd. Dat heimwee naar wat komt, dat snakken, dorsten van mijn hart. Laat mijn gedachten, daden, leven zijn tot eer van U. Altijd. Niet omdat ik dat kan, maar omdat U het waard bent.

dinsdag 5 april 2011

Gebrokenheid

In de rechterflank van de Hervormde kerk, waar ik ben opgegroeid, ligt alle nadruk in de preek meestal op de zonde van de mens. De zondigheid. De erfzonde. En als tegenhanger, aan het eind van de preek, ook de mogelijkheid van redding die er is in Jezus Christus, door het offer op Golgotha.

Nu wil ik daar niets aan afdoen, want het is natuurlijk de kern van de Bijbelse boodschap. Er is redding in het bloed van Christus, de Zoon van God. Maar de weg daaraan vooraf, die wordt natuurlijk wel heel nadrukkelijk uitgeplozen en uitgemeten. En als dat dan ook nog vrijwel elke zondag het geval is, dan gaat dat, bij mij althans, op den duur mijn ene oor in en mijn andere weer uit. Het wordt een steeds weer herhaald refrein dat je niet meer raakt. En het is ook nog eenzijdig. Bovendien, als er al teveel nadruk gelegd wordt op het feit dat je niets goed kan doen, werkt dat al heel snel vrijblijvendheid in de hand. Ik doe toch niets goed, waarom zou ik dan überhaupt nog iets doen. Daarnaast is het voor sommige mensen moeilijk onderscheid te maken tussen je psychische 'zelfvertrouwen' en je geestelijke 'zondigheid'. Een visie dus die somberheid kan bevorderen.


Bovendien, als ik de Bijbel lees, helemaal lees wel te verstaan, dan zie ik ook nog andere dingen langskomen, hele belangrijke levenslessen, waar ik dan maar weer heel zelden of bijna nooit over hoor preken. Dat is dan weer jammer, om het zacht uit te drukken.

Ik heb in mijn leven al heel wat boeken gelezen en zo krijg je langs andere kanalen de nodige extra informatie te verwerken en leer je ook veel van andere mensen en geloofsrichtingen. En als je een andere kerk binnenstapt zie je dat dingen ook anders kunnen. Je leert nog meer relativeren. Niet alleen de vorm, zoals de zang, de indeling van de dienst, de manier van bidden, andere mensen die een inbreng hebben. Maar zeker ook de inhoud. Ik heb veel van broeders en zusters geleerd, veel opgestoken van de inhoud van verschillende boeken met verschillende achtergronden.

zaterdag 19 maart 2011

Bob Dylan

By his grace I have been touched
By his word I have been healed
By his hand I've been delivered
By his spirit I've been sealed

Eén van de meest legendarische popmuzikanten van de wereld is zonder twijfel singer-songwriter Bob Dylan. Inmiddels al bijna zeventig, maar nog steeds muzikaal actief. Bijna zestig albums staan inmiddels op zijn naam, een bizar aantal.

Joodse wortels. Veranderde zijn naam, Robert Allen Zimmermann, in die van een dichter. Diepzinnig poëet, zeer origineel muzikant. Sommigen zeggen dat hij absoluut niet kan zingen. Toch heeft hij altijd een grote schare aan publiek weten te trekken. Tamelijk op zichzelf. Eigenwijs. Altijd maar door zichzelf vernieuwend. Ongrijpbaar. Niet te claimen. Zelfs met zijn eigen publiek heeft hij het meermalen aan de stok gehad. Eerlijk. Recht door zee. To the point. Kortom, een fenomeen.

Wat mij vooral intrigeert is zijn spirituele zoektocht door dit leven. Van oorsprong dus van Joods komaf, zie je in heel veel van zijn songs vragen terugkomen over het leven, worstelingen met de wereld om zich heen. Het gaat er mij niet om hier zijn hele leven te beschrijven, maar het is goed als je daar wel af en toe in verdiept. Het boek ‘Bob Dylan’ van de hand van Scott M. Marshall en Marcia Ford heeft als ondertitel: ‘de spirituele zoektocht van een rusteloze pelgrim’. Veelzeggend, zeker.

De meest interessante periode in zijn leven vind ik persoonlijk die direct vóór en na zijn bekering tot het christelijk geloof in 1979. Dat was nogal wereldnieuws destijds, maar ik moet zeggen dat ik het toen gemist heb. Uitgefloten door zijn publiek, verkoopcijfers die kelderden, maar hij bleef standvastig doorgaan. Er is niet veel over die ommezwaai bekend, het is een persoonlijke zaak uiteraard. Ook in het genoemde boek wordt je daar niet veel wijzer van, er worden alleen veel anderen om Dylan heen geciteerd.

donderdag 17 maart 2011

Een God die bidt

Bidden is een vorm van relatie. Bidden is ademhalen. Het gaat niet alleen om de woorden, het gaat ook om onze houding, van steeds voor het aangezicht van God te wandelen. Coram Deo.

Bidden is ook moeilijk. Veel mensen worstelen ermee. Begrijpelijk, je bent met lijf en leden  geworteld in de aarde, alles wat je ziet en aan kan raken is concreet. Maar bidden is vaag, abstract, je spreekt tegen iemand die je niet kunt zien. Je krijgt niet direct antwoord terug. Het is geen telefoneren op afstand, waarbij je een dialoog kunt voeren. Het is roepen in de ruimte, je concentreren op de andere werkelijkheid. Het is ook zwijgen voor je Schepper, luisteren naar de stilte.

Opvallend en heel bijzonder vind ik het daarom dat Jezus zelf ook dat gebed nodig had. God die bidt tot God. Regelmatig lezen we in het evangelie dat Hij een eenzame plaats opzoekt om te bidden, alleen te zijn met Zijn Vader. Hij had dat kennelijk ook nodig. Een groot deel van de kruiswoorden van Jezus, in de laatste uren van Zijn leven waren gericht tot Zijn Vader. Daarvan is de meest smartelijke èn cruciale wel deze geweest: 'Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?'. Daar ligt de kern van alle lijden in de wereld samengebald, de zonde en de gebrokenheid die in het paradijs over ons zijn gekomen. Dat was meteen ook de reden waarom Hij naar deze aarde is gekomen, het plan voor de redding van ons mensen werd daar ten uitvoer gebracht.

Een bijzonder moment is ook dat de Drieëenheid, het struikelblok van veel mensen buiten het christendom, tot uitdrukking komt in het moment dat Jezus Zijn werk onder Zijn volk ging beginnen, onmiddellijk na Zijn doop door Johannes de Doper. In Marcus 1 kunnen we lezen hoe de Heilige Geest als een duif op Hem neerdaalt en de Vader spreekt: 'Jij bent mijn geliefde Zoon, in Jou vind Ik vreugde.' Ontroerend moment. Communicatie in optima forma.

Op meerdere plaatsen lezen we ook dat Jezus Zijn Vader aanroept, midden onder Zijn helende en genezende werkzaamheden. Zijn ogen opheffende naar de hemel. 'Vader, ik dank U dat U deze dingen aan de eenvoudingen hebt geopenbaard en voor de wijzen hebt verborgen.' Enzovoorts.

Het mooiste voorbeeld van hoe Jezus als God bidt tot Zijn Vader kunnen we lezen in Johannes 17, waar dat gebed letterlijk door de apostel Johannes is opgeschreven. Het is bekend geworden als het Hogepriesterlijk gebed, zo staat het ook als opschrift in sommige bijbelvertalingen genoemd. Wij mogen er getuige van zijn. En voor mij is dat het meest bijzondere hoofdstuk in de Bijbel. Dat gebed heeft heel duidelijk als centrale boodschap de eenheid die er is tussen de Vader en Zijn Zoon. Nog mooier is dat Hij er ook de eenheid tussen Zijn volgelingen en Hemzelf en God Zelf bij betrekt. Het is een hoge roeping, een duidelijke opdracht, maar ook een basis van vertrouwen, waar we op mogen rusten. Ik wil daar op een later moment nog wel dieper op ingaan.

Na Jezus dood blijft het daar niet bij.  Eén van Zijn namen is Voorbidder. Hij zit nu aan de rechterhand van Zijn Vader en bidt voor ons. De komst van de Heilige Geest wordt aangekondigd. In Romeinen 8:26 kunnen we lezen hoe deze Geest met onze geest meebidt.

Ongelooflijk toch?

Wij mogen stamelen, zuchten, aanwezig zijn, luisteren, vragen, worstelen, schreeuwen. Desnoods mogen we woorden gebruiken. Hij luistert altijd. Hij  bidt mee. Is aanwezig.

Waar zouden wij dan nog bang voor zijn?

Laten we stil zijn, biddend luisteren, met open handen. Haal adem, in en uit. Hij is er, hier en nu. Hij is, de Ik ben. Hij is bij mij. Bij mij? Ja, bij mij.

Wat zeg ik? Bij mij? Het is zelfs nog sterker. Hij is in mij. Hij heeft het Zelf gezegd. Ik in Hem en Hij in mij (Johannes 17:21). Christus is in mij (Kolossenzen 1:27; Galaten 2:20). Mijn lichaam is een tempel van de Heilige Geest .... (1 Korinthe 6:19)!

Wow!!

Christ beside me, Christ before me, Christ behind me, Christ within me, Christ beneath me, Christ above me. (Saint Patrick)