Hier had zomaar een goed doorwrocht stuk kunnen staan, gebaseerd op bovenstaande titel. Gelardeerd met voorbeelden en spreuken. Rechtstreeks opkomend uit eeuwenoud Bijbels gedachtegoed. Uitlopend op een vurig pleidooi om elkaar als christenen eindelijk eens met respect en in liefde te erkennen. In de eenheid die er is in Jezus Christus, Zoon van God, en door Hem heen ook met God Zelf. Na te lezen in het mooiste gebed in de Bijbel, tussen God en God, in Johannes 17.
Maar ook een pleidooi om elkaar, elke ander, te erkennen in de verschillen, de verscheidenheid. We lijken op elkaar en toch zijn we allemaal anders. Multifocaal. Multivocaal. Meerstemmig. Variabel. Gevarieerd. Veelzijdig. Veelkleurig. Gemengd. GemĂȘleerd. Gemixed. Multigetalenteerd. Te onderscheiden van elkaar. Uniek.
Puntig, vurig, appelerend, concreet.
Dat was de bedoeling. Maar nee. Het komt er al weken niet van. Niet omdat het niet nodig is. Niet omdat we het met elkaar niet heel hard nodig hebben om daar regelmatig aan herinnerd te worden. Aan onze afkomst, ons gezamenlijk doel, onze dagelijkse broodnodige voeding, onze grote Voorganger.
Omdat ik de laatste tijd zo ontzettend moe word van alle doorwrochte, maar pinnige opiniestukken in de krant, alle goed theologisch onderbouwde preken over hoe het allemaal was of moet of zou moeten zijn, het elkaar op onderdelen of zelfs volledig nogal negatief de maat nemen, alle tomeloze kritiek op elkaars uitingen, alle gepriegel en vinnigheid via ingezonden brieven en berichten op diverse sociale media, alle vliegende vurige pijlen over en weer.
Zo moe. Zo uitgeblust. Zo teleurgesteld. Zo pissig. Hoe moet dat nu verder? Met ons, met de kerk?