Zeg.
Hallo.
Luister je?
Of slaap je nog?
Een middagslaapje?
Of een winterslaap wellicht?
Ja, ik weet het, het is koud buiten.
De wind is meedogenloos.
Er bloeit niets meer.
De bomen zijn kaal.
De takken steken triest omhoog.
Je hoort geen zangers meer.
De dagen zijn grijs.
Het is somber.
En guur.
Maar.
Weet je dan niet?
Dat de winter een braaktijd is.
Een rustperiode tussen twee tijden van groei.
En een kraamkamer.
Van zaaigoed.
Dat wacht.
En langzaam rijpt.
Voor later.