Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).
Posts tonen met het label kerkmensen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kerkmensen. Alle posts tonen
zaterdag 23 juni 2012
Kruisbestuiving
De laatste tijd heb ik mij weer eens gemengd in een aantal discussies op internet over de wenselijkheid dan wel noodzakelijkheid van de eenheid onder alle christenen. Ik formuleer het direct maar even breed.
Directe aanleiding was een artikel, geschreven door Wizky (pseudoniem c.q. twitternaam voor Kees Aleman, geplaatst als gastbogbericht op een andere weblog (Verkenningen van Paul Miller), onder de titel 'Waarom ik wel katholiek maar nog niet Rooms ben'. Deze week ging de discussie verder op een volgend blogbericht, geschreven door Paul Miller zelf, 'Eén zijn doe je niet alleen'. Helaas verzandt het allemaal heel snel in het heen en weer schuiven van meningen en veel te lange uitweidingen.
Het verlangen van veel christenen om tot eenheid te komen lijkt de laatste jaren sterker te worden. In ieder geval komt de oproep ertoe meer naar buiten. Was de oecumene enkele tientallen jaren geleden een min of meer afgebakende hobby van de Wereldraad van kerken, waar zowel de gereformeerde gezindte als de evangelische gemeenten, niet in mee participeerden.
Initiatieven als de Nationale synode of 'Wij kiezen voor eenheid' zijn van meer recente datum.
Wat je vaak ziet is dat er een initiatief op poten wordt gezet door een aantal enthousiastelingen, die bewogen zijn, elkaar in klein verband hebben leren kennen en waarderen, met elkaar hebben gebeden, maar nu vinden dat ze hun nek moeten uitsteken en daarom een en ander breed naar buiten brengen.
En dan barst de discussie los. Tussen wie het er mee eens is en wie juist vindt dat het niet kan. Dat er eerst een soort van gezamenlijke belijdenis moet komen of een structuur gezocht moet worden. Krantenartikelen en persoonlijke meningen, ingezonden brieven en zelfs waarschuwingen vanaf de preekstoel sneeuwen het initiatief binnen de kortste keren onder, smoren het in de kiem. Er wordt veel gepraat en gediscussieerd, maar er is weinig gehoor voor de oproep tot het zoeken van de eenheid of het vinden van elkaar.
In welke vorm dan ook.
zaterdag 16 juni 2012
Het verdwaalde schaap
We kennen het beeld. Het zielige, donzige, in struiken verward zittende, angstig mekkerende, ernstig verdwaalde schaap. Er zijn al heel wat zoetige plaatjes van verzonnen. Kitsch-kunst.
Het blijft een mooi verhaal, natuurlijk, dat wel. Die ene, die eigenwijze, of misschien niet goed oplettende, die achterblijft. Hij zal niet bewust een eenmansactie zijn begonnen. En dan de bezorgde herder, die alles laat voor wat het is en hem dan uiteindelijk vindt en terugbrengt.
Er staat niet bij hoe lang het zoeken duurde. Er staat niet bij hoe die negenennegentig anderen de tijd hebben doorgebracht, of er voor hen ook een back-up was, een tijdelijke, veilige rustplaats. Er staat niets bij over de gemoedstoestand van het schaap, bij vertrek, bij aantreffen door de herder, bij terugkeer naar de rest van de kudde mekkeraars.
We kunnen onze fantasie de vrije loop laten, het plaatje invullen.
Maar.
Stel.
Stel je nu eens voor dat zo'n verdwaald schaap niet zoetig en zielig is, maar een onaangepast, in een hypermodern jasje gestoken, alternativo?
Dat hij naast je komt zitten in de bank. Dat hij alles eerst eens observeert. Maar zijn mond niet kan houden. Stel, dat hij vragen gaat stellen bij alle rituelen en vormen, alle o zo gewoon geworden liturgie. Stel, dat hij het ook zegt als hij de preek niet begrijpt. Interrumpeert. Corrigeert. Herformuleert. In begrijpelijke, directe, confronterende vragen. Dat hij zijn huiveringwekkende twijfel durft benoemen, de essentie van zijn, in niet mis te verstane taal, in het confronterende zicht van bekijken brengt. Dat hij iets vertelt van zijn eigen schokkende leven, en heel praktisch vraagt hoe hiermee om te gaan. Stel, dat hij bij het zingen van een psalm wil gaan dansen en huppelen van zielenvreugd, of zomaar brutaal handklapt en instemming betuigt.
Wat dan?
Het blijft een mooi verhaal, natuurlijk, dat wel. Die ene, die eigenwijze, of misschien niet goed oplettende, die achterblijft. Hij zal niet bewust een eenmansactie zijn begonnen. En dan de bezorgde herder, die alles laat voor wat het is en hem dan uiteindelijk vindt en terugbrengt.
Er staat niet bij hoe lang het zoeken duurde. Er staat niet bij hoe die negenennegentig anderen de tijd hebben doorgebracht, of er voor hen ook een back-up was, een tijdelijke, veilige rustplaats. Er staat niets bij over de gemoedstoestand van het schaap, bij vertrek, bij aantreffen door de herder, bij terugkeer naar de rest van de kudde mekkeraars.
We kunnen onze fantasie de vrije loop laten, het plaatje invullen.
Maar.
Stel.
Stel je nu eens voor dat zo'n verdwaald schaap niet zoetig en zielig is, maar een onaangepast, in een hypermodern jasje gestoken, alternativo?
Dat hij naast je komt zitten in de bank. Dat hij alles eerst eens observeert. Maar zijn mond niet kan houden. Stel, dat hij vragen gaat stellen bij alle rituelen en vormen, alle o zo gewoon geworden liturgie. Stel, dat hij het ook zegt als hij de preek niet begrijpt. Interrumpeert. Corrigeert. Herformuleert. In begrijpelijke, directe, confronterende vragen. Dat hij zijn huiveringwekkende twijfel durft benoemen, de essentie van zijn, in niet mis te verstane taal, in het confronterende zicht van bekijken brengt. Dat hij iets vertelt van zijn eigen schokkende leven, en heel praktisch vraagt hoe hiermee om te gaan. Stel, dat hij bij het zingen van een psalm wil gaan dansen en huppelen van zielenvreugd, of zomaar brutaal handklapt en instemming betuigt.
Wat dan?
woensdag 23 mei 2012
De kerk is ...
De 'kerk' is een veelbesproken onderwerp, waar meningen nogal over uiteen kunnen lopen. Veel hete hoofden en koude harten. Veel langs elkaar heen praten. Veel onbegrip. Veel variatie. Je kunt er een heel diepzinnig en doorwrocht stuk over schrijven. Je kunt nieuw licht proberen te werpen op oude waarheden. Je kunt een ander jasje aantrekken, je kunt een vestje uittrekken. Je kunt er zwaarmoedig of mismoedig van worden. Je kunt er koud onder blijven of je kunt het er warm van krijgen.
Nee, even niet niet. Even een andere benadering. Ter overdenking. Om over te mijmeren. Om over te glimlachen. Om mee te nemen.
Een poging tot ontvlechtiing van valse voorstellingen. Een poging om te zoeken wat het wel zou kunnen zijn. Of zou moeten zijn. Of wat het is. Ondanks alles. Waarmee al veel gezegd is.
De kerk met het dagelijks leven vergelijken, als metafoor, gelijkenis, beeld, zelfs de Bijbel doet het. Een aantal versies en gedachten van mijn kant. Hoofd vol idealen, hart vol ervaringen, droom van verlangen.
***
De kerk is geen tempel waar God verblijft, die je naar believen kunt bezoeken, als een dierentuin om naar de aapjes of de leeuwen te kijken.
De kerk is geen gebouw, waar je je één dag in de week in terugtrekt, om apart te zijn, of apartheid te tonen.
De kerk is geen ruïne van oude stenen, waarvan de laatste resten nog zichtbaar zijn.
De kerk is niet of niet langer een baken in een landschap, de kern in elk dorp, met een omhoogwijzende vinger, als een herinnering dat er hoger dingen zijn om te zoeken.
De kerk is geen supermarkt, waar allerlei lekkernijen en noodzakelijkheden liggen uitgestald, en je zelf kunt kiezen wat je wel of niet meeneemt.
zaterdag 5 mei 2012
Kathedraal
Als de kerken langzaam leeglopen. En de meeste voorspellingen naar doemdenken gaan neigen. Als de doorstroming steeds sneller gaat. Overstappen. Kerkhoppen. Van hot naar her. Van hier naar gunter.
Als er overal wel wat is. Als niets meer je aan kan spreken. Je nergens meer iets kunt ontvangen. Als je alles al weet wat er gezegd gaat worden. Als alles maar star en dogmatisch geijkt blijft aan hetzelfde patroon, geen greintje lente wordt toegestaan. Als alles maar steeds hetzelfde moet zijn. Vrijblijvend. Blijvend, maar niet vrij.
Als alles maar moet veranderen, er geen enkele zekerheid meer lijkt te zijn, alle structuren overboord moeten. Als alles maar leuk moet zijn. Behapbaar. Aansprekend. Beeldend. Oppervlakkig. Vrijblijvend. Vrij, maar niet blijvend.
Als niemand het meer eens is over wat nu precies de bedoeling van de woorden in de Bijbel zou kunnen zijn. Voor toen, voor nu. Als niemand meer luisteren wil naar andere geluiden. Als we alleen maar blijven steken in woorden en interpretaties en zienswijzen en nieuwe ontdekkingen van nog weer nieuwere interpretaties. Als we met woorden vechten in plaats van met wapens. Als we boeken vol schrijven over één boek dat de wereld veranderd heeft, maar de wereld nu zo snel verandert zonder enige invloed van dat boek, welke verandering zou er dan heilzamer of echter of meer waar moeten zijn?
Als er overal wel wat is. Als niets meer je aan kan spreken. Je nergens meer iets kunt ontvangen. Als je alles al weet wat er gezegd gaat worden. Als alles maar star en dogmatisch geijkt blijft aan hetzelfde patroon, geen greintje lente wordt toegestaan. Als alles maar steeds hetzelfde moet zijn. Vrijblijvend. Blijvend, maar niet vrij.
Als alles maar moet veranderen, er geen enkele zekerheid meer lijkt te zijn, alle structuren overboord moeten. Als alles maar leuk moet zijn. Behapbaar. Aansprekend. Beeldend. Oppervlakkig. Vrijblijvend. Vrij, maar niet blijvend.
Als niemand het meer eens is over wat nu precies de bedoeling van de woorden in de Bijbel zou kunnen zijn. Voor toen, voor nu. Als niemand meer luisteren wil naar andere geluiden. Als we alleen maar blijven steken in woorden en interpretaties en zienswijzen en nieuwe ontdekkingen van nog weer nieuwere interpretaties. Als we met woorden vechten in plaats van met wapens. Als we boeken vol schrijven over één boek dat de wereld veranderd heeft, maar de wereld nu zo snel verandert zonder enige invloed van dat boek, welke verandering zou er dan heilzamer of echter of meer waar moeten zijn?
zaterdag 21 mei 2011
De paradox van het hellend vlak
In kerkelijke kringen wordt nogal eens de metafoor van het hellend vlak gebruikt. Om maar aan te geven dat als je mensen één vinger geeft, ze al snel je hele hand pakken. Dat het veranderen van ook maar iets in de zondagse kerkdienst al snel leidt tot afglijden naar … ja naar wat eigenlijk? In ieder geval gaat het de verkeerde kant op, ontegenzeggelijk. Want, zo gaat dat altijd …
Ik kom op deze metafoor vanwege de titel van een interview met de Brit Brian McLaren, vorige week zaterdag in het Nederlands Dagblad. Een interview dat mij in meerdere opzichten aansprak en raakte. Reden waarom ik enthousiast twitterde: “Prachtig interview met Brian McLaren in #ND. Open, eerlijk, zoekend, evenwichtig, erkende plaats voor worsteling.” En meteen de vraag terugkreeg: ‘Ben je het in alles met hem eens dan? Zo klinkt je reactie. Mag hoor, maar die verheerlijking van het zoeken en worstelen?’ Leuk hoor, die snelle interactie via twitter. Mijn antwoord: ‘Moet je het in alles met elkaar eens zijn om iets mooi te vinden? Erkenning van de worstelingen is niet in alle kerken gemeengoed.’
Maar omdat twitter geen goed medium is om uitgebreid met elkaar in discussie te gaan, ben ik de uitdaging aangegaan mijn gedachten te verwoorden in een blogbericht.
Niet in alles ben ik het met Brian McLaren eens. Daarom is er ook uitgebreide kritiek op sommige van zijn standpunten gekomen. Hij gelooft bijvoorbeeld niet in de eeuwige hel en heeft moeite met de theologie van het ‘bloed’. Daarmee lijk je toch aardig wat punten uit de Bijbelse boodschap weg te schrappen. Daarin ben ik het ook zeker niet met hem eens, laat ik daarin duidelijk zijn.
En toch werd ik aangesproken. Ik keer terug naar de titel van dit blogbericht, tevens de titel van het interview. Het hellend vlak. Ik citeer Brian McLaren zelf:
Dat citaat sprak me bijzonder aan. Het grote gevaar voor elke christen in de leefwereld waar hij deel van uitmaakt, is dat hij op den duur gaat denken dat hij in een ivoren toren zit, opgesloten met de waarheid, en van daaruit de grote, boze buitenwereld tegemoet kan treden. Zichzelf opsluitend, in een isolement, zuiver houden wat hij heeft, conserveren. Pijlen afvurend. Commentaar leverend op de zondige wereld. Op de maatschappij, de structuren, de ‘anderen’. Dat gevaar is groter dan we denken. De wij-zij tegenstelling. En dat heeft ook veel mensen in het verleden van de kerk vervreemd.'Als we over het hellend vlak praten, doen we dat alsof we bovenaan staan. Maar dat is niet zo. We zijn al een heel eind afgegleden. De kerk heeft altijd compromissen gesloten - met het kolonialisme, het racisme, het kapitalisme... En de kans bestaat inderdaad dat we nog verder afglijden. Je kunt alleen maar je best doen. En kritiek serieus nemen. Altijd ervoor openstaan dat je misschien fout zit.'
donderdag 5 mei 2011
Open brief aan alle kerkmensen
Als je van jongs af aan verhalen hoort vertellen uit de Bijbel, als je je hele leven al in de kerk zit en dus inmiddels al honderden preken hebt gehoord, als je een christelijke of reformatorische of Nederlandse krant leest, als je in je boekenkast alleen maar christelijke boeken hebt staan, en die ook nog bijna allemaal hebt gelezen …
... dan zou het zomaar kunnen dat je zo vertrouwd bent geraakt met Bijbelse taal, het christelijke jargon, de bekende boodschap …
… dat in feite de kern van de Bijbelse boodschap niet meer tot je doordringt.
Een lange, kromme openingszin, ik geef het toe. Enige toelichting is daarom nodig. Wat ik bedoel te zeggen is dat wij zo vertrouwd zijn geraakt met het horen van de taal van de Bijbel, dat we ons niet meer realiseren hoe die voor ons bekende en vertrouwde woorden overkomen bij iemand die niet in onze kringen is opgegroeid. Die helemaal blank enkele woorden opvangt, die voor ons zo gewoon zijn. Niks gesneden koek dus.
Het kan zomaar gebeuren, dat, als we in een christelijk gezin zijn opgegroeid, alleen maar kerkgangers in de familie hebben en zelfs een werkkring hebben die bijna alleen maar bestaat uit christenen, dat we dan geen flauw benul hebben hoe een buitenstaander tegen ons wereldje en ons ‘jargon’ aankijkt. Of de boodschap wel tot hem of haar doordringt. En dus kunnen we ons dan ook niet verplaatsen in die ander. Als we eerlijk zijn tenminste.
Zelfs durf ik nog wel een stapje verder te gaan. Het kan zo zijn dat we met de Bijbel in de hand, op de kerkbank en aan tafel zijn opgegroeid, dat we trouwe ‘volgers’ zijn van zeer rechtzinnige predikanten, die zeker zeven jaar intensief in de Bijbel hebben gestudeerd, en dat we toch een zeer eenzijdige blik op de kern van de Bijbel hebben meegekregen.
Abonneren op:
Posts (Atom)