(Overdenking bij de bijeenkomst van de Week van gebed)
Sommige mensen hebben een nogal uit de hand gelopen hobby.
Ik heb dat met fotografie. Met name natuurfotografie.
Zonsondergangen,
zonsopkomsten, landschappen, paddenstoelen, vogels, vlinders, libellen.
Hoe meer
foto’s je neemt, hoe anders je gaat
kijken.
Hoe beter je ook gaat kijken.
Altijd
alert, waakzaam, altijd de camera direct bij de hand.
En hoe meer
je kijkt, ziet, vastlegt, hoe meer de bewondering toeneemt voor de natuur.
In al zijn
verscheidenheid. Altijd anders, altijd wel iets te ontdekken.
Maar je
krijgt ook meer bewondering voor de grote Maker van die natuur, de Bedenker,
met hoofdletters.
Wat een oog
voor detail, wat een kleuren, wat een soortenrijkdom, wat een diversiteit.
Want er is
niet één vogelsoort, maar er zijn vele variaties. Niet één libelle, maar vele
varianten aan vorm, kleur en grootte. Vele vlinders, fragiel, breekbaar, maar
fladderend in al hun kleurenpracht.
En het licht
aan de lucht, de kleuren zijn altijd weer verschillend, aan de randen van de
dag.
Mooi is dat hè?
Dat je
anders gaat kijken naar je omgeving, als je de link legt naar de Oorsprong
ervan.
Gemaakt,
bewust.
Bedoeld.
Bedacht.
Uit niets
geworden. Tot aanzijn gekomen. Ieder
naar zijn aard.
Wonderlijk mooi heeft God het bedacht.
Wonderlijk mooi heeft God het gemaakt.