- Zeg Punt, zei Komma, ik vind dat je altijd zo abrupt bent.
- Ja, Komma, zei Punt, maar jij bent altijd zo aarzelend, je kunt niet aan een eind komen.
- Wacht even heren, rustig blijven, zei Hoofdletter, laten we hier alsjeblieft geen punt van maken. We hebben elkaar allemaal nodig, en om het voertuig van de taal te dienen doen we er goed aan elkaar in ere te houden.
- Ja, jij hebt makkelijk praten, Haantje de Voorste ... Punt is jouw buurman.
- Maar een verre vriend ...
- Jaja, het is al goed. Het was ook maar een grapje ...
- Zeg, zei Hoofdletter, kunnen jullie niet beter samenwerken, ieder vanuit je eigen identiteit?
- Je bedoelt ...?
- Wel, een Punt is ademhalen, nieuwe Zin. Bij een Komma is er maar even een ademhaling, maar zij verbindt wel twee delen van een Zin aan elkaar. Een onderbreking dus, maar tegelijk een schakel.
- Ja ...?
- Nou, als jullie nou echt samenwerken, dan krijg je een Punt en Komma boven elkaar. Dan breek je de Zin in tweeën, bouw je een extra rust in en hoef je dus minder Zinnen te gebruiken.
- ...?
- ...!
- Wel?
- Tja, samenwerken ... zo had ik het nog niet bekeken, zei Punt. Dan kom ik twee keer per zin aan de beurt.
- Geen punt, zei Komma.
- Afgesproken, zei Hoofdletter.
- Een Puntkomma dus ...
- Of een Kommapunt?
- Nee, toch maar niet. Klinkt niet echt lekker.