Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).
Posts tonen met het label zaaien. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zaaien. Alle posts tonen

vrijdag 20 februari 2015

Winterslaap

Zeg.
Hallo.
Luister je?
Of slaap je nog?
Een middagslaapje?
Of een winterslaap wellicht?

Ja, ik weet het, het is koud buiten.
De wind is meedogenloos.
Er bloeit niets meer.
De bomen zijn kaal.
De takken steken triest omhoog.
Je hoort geen zangers meer.
De dagen zijn grijs.
Het is somber.
En guur.

Maar.
Weet je dan niet?
Dat de winter een braaktijd is.
Een rustperiode tussen twee tijden van groei.
En een kraamkamer.
Van zaaigoed.
Dat wacht.
En langzaam rijpt.
Voor later.

zondag 4 mei 2014

Doodstil


terwijl
de lente
uitbundig
beelden zoekt
voor nieuwe woorden
voor geluiden
die bedwelmen
voor kleuren
die de adem
benemen

staan
wij hier
heel even
terug 
getrokken
in de tijd
dood
stil
en uiterst
bewust
bij een steen
een kruis
een monument
een ingehouden
vlag

donderdag 30 januari 2014

Gestold tot witte gedichten


vannacht
had het
duizenden
wonderen
gezegend
uit de hemel


bevroren tranen
vloeibaar licht
woordjes
van hoop


de aarde
lag vol
met liefde
gezaaid



gestold
tot witte
gedichten


tussen
de harde stenen
heel veel
breekbare
beloften


of was 
het juist
andersom


door de nacht
gekristalliseerd
en uit 
de diepte
van de aarde
opgeklommen


gelouterd
door het duister
uitgebroed
door tederheid


er kwam
geen antwoord
dan een knisperend
gefluister


ooit
zullen
alle mysteries
smelten
bij het licht
van de dageraad

woensdag 9 januari 2013

Woord

vanuit
een kakofonie
aan duizendvoudige
uiterst overmatige geluiden
resoneert soms
trefzeker

een woord

donderdag 26 juli 2012

Verborgen

verborgen
is de God
waar wij
mee worstelen

maar
in zekere zin
ook wel weer
natuurlijk
dat God
zich niet
ten volle openbaart

hoewel Hij
ons maakte
tijd en ruimte
creƫerde
als onze beperkte dimensie
van bestaan
zouden wij 
het niet overleven
als Hij zich
ongefilterd
zou onthullen

zondag 25 maart 2012

Juich voor de scheppende kracht

juich en zing
voor de kracht
van het leven
voor de groei
tot uitbarstende
overstelpende schoonheid

dans een rondje
op de vruchtbare aarde
richt de tonen
van je uitbundige lied
recht omhoog 
naar de strakblauwe hemel
naar de bron van licht
naar de duikelende vogels

voel de kriebel
van de belofte
van lente
de dikke deken 
van dorre winter
kan opgelucht
worden weggedaan

zaterdag 17 december 2011

Wat nou, nooit meer evangeliseren?

De laatste week wordt in de pers uitgebreid aandacht geschonken aan het verschijnen van een nieuw boek, met de nogal uitdagende titel 'Nooit meer evangeliseren'. Punt. Nog wel geschreven door Mark de Boer, directeur van Agape.

Ik heb het boek niet gelezen, maar uit de recensies en interviews begrijp ik zo'n beetje, dat het punt dat Mark de Boer wil maken is, dat wij het evangelie, hoe mooi en goed ook, niet meer kunnen communiceren via folderacties en muziek maken op het dorpsplein. Onze maatschappij werkt zo niet meer ... Het resultaat is nihil en je roept een hoop ergernis op. Zijn pleidooi is dan ook om als christen, op de plaats waar je gesteld bent, aanwezig te zijn, open te zijn voor vragen, gesprekken te voeren op basis van wederzijdse erkenning, zonder elkaar te veroordelen, en vooral ook op basis van je daden te laten zien, waar je motivatie vandaan komt.

O.a. op de blog van Paul Abspoel, 'Vrijspraak', kun je meer lezen over de achterliggende gedachten.

Je ziet in de praktijk dat steeds minder christenen bereid zijn deel te nemen aan evangelisatie-acties, soms roept het inderdaad ergernis op, zelfs bij mede-christenen. Het resultaat is zeker niet altijd om over naar huis te schrijven, al kun je dat natuurlijk toch niet echt meten. En ik erken de grondhouding die we als christen moeten hebben, zoals hierboven beschreven. Open, eerlijk, transparant, niet-veroordelend. Op je eigen plekje een getuige zijn, licht uitstralen, warmte brengen.

En toch kriebelt er iets. Toch heb ik mijn vragen, mijn bedenkingen. Ja, zelfs mijn worstelingen.

Enkele maanden geleden speelde deze discussie ook al een beetje op Twitter, en naar aanleiding daarvan heb ik een stuk op dit Weblog geschreven, met de titel 'Zout'. Ik ga mijn verhaal daar, hier niet herhalen. Lees maar, als je tijd hebt. Ik heb wel een paar vragen, die ik hier maar gewoon even stel, ook aan mezelf.

Als iedereen zo zou leven, zoals God het bedoeld heeft, zoals in de Bijbel als opdracht genoemd staat, kort samengevat in de zinnen 'Volg mij', 'Heb lief' en 'Wees Mijn getuige', dan zou je inderdaad zo kunnen volstaan. De praktijk leert echter, zeker met de hedendaagse vrijblijvendheid en de tot zondagse instituten uitgegroeide kerkelijke bouwwerken, dat we als christenen te vaak onder de maat leven. Velen daarin komen nooit tot de zekerheid van het heil, er is te weinig aandacht voor de praktijk van het christen-zijn in de preken en de begeleiding. En soms is de nadruk op bepaalde Bijbelgedeelten zo sterk dat andere gedeelten te gemakkelijk worden overgeslagen. Kortom, mensen moeten weer bewust worden gemaakt van hun taak en opdracht. Predikanten zouden eens een maatschappelijke stage moeten overwegen. In die zin is dit boek een aanrader te noemen. Hoewel ik moet zeggen, er zo al veel te hebben gelezen. Aan het lezen zal het niet liggen, wel aan het in de praktijk brengen.

Als je de lijn van 'Nooit meer evangeliseren' consequent doortrekt, zou dat dan betekenen dat er ook geen evangelisten en zendelingen meer zouden kunnen bestaan? Dat de geschiedenis van de zending fout is geweest? Dat Paulus beter op zijn plekje had kunnen blijven zitten, aan de voeten van Gamaliƫl? Dat we de gedeelten over de roeping, de gave en de taak van een evangelist in de Bijbel, maar gewoon moeten schrappen?

Enige afstand, minder scherpte, niet afgaan op de eerste indruk, midden onder de mensen staan, natuurlijk, ik ben het er allemaal mee eens. Maar als christen ben je toch ook gedreven, als het goed is, om liefde uit te dragen, om te vertellen van wat je bezielt, om anderen deelgenoot te maken van het goede nieuws. Tolerantie wil toch niet zeggen dat je de ander willens en wetens, verloren laat gaan, hem dan toch maar in zijn 'waarde' latend.

Natuurlijk, iedereen heeft zijn eigen leven, zijn eigen wereldbeeld. 'Maar hoe zouden ze weten, als ze niet gehoord hebben?' Als lid van de evangelisatiecommissie van onze kerk, als deelnemer aan het overkoepelend orgaan 'Keerpunt' van vijf verschillende plaatselijke kerken, proberen we elke keer weer acties te verzinnen om mensen die niet regelmatig in de kerk komen, toch iets te laten proeven van wat geloven is. Dat lukt de ene keer beter dan de andere keer, uiteraard. Het doel is duidelijk, de wijze elke keer anders, het resultaat is in feite niet aan ons, maar uiteraard neem je de mate van aanspreekbaarheid en het aantal reacties uiteindelijk wel mee in je besluit om zoiets een volgende keer nog eens te doen.

Het vraagt creativiteit, maar alleen al het met elkaar bezig zijn, het brainstormen, het verzinnen, het concreet maken, het met elkaar bidden en je afhankelijk weten van de Geest van God, het werkt .... Hoe, dat weten we niet precies, de wind waait waarheen hij wil.

Onze opdracht is zaaien. Zelfs op harde grond. Zelfs op onvruchtbare grond. Zelfs in koude harten. Zelfs tegen de klippen op. Zelfs als het onmogelijk is.

Niet omdat het al of niet 'werkt', 'succes' gegarandeerd is, of welk onderzoek ons voorhoudt dat het niet logisch is, niet aansluit, of geen resultaat oplevert. Nee, omdat Hij het zegt, omdat Zijn hart overloopt. Omdat Zijn Geest meegaat. Omdat het allemaal alleen maar mogelijk is door de onmogelijkheid heen. God alleen is te vertrouwen en te geloven, te volgen, achterna te lopen, al weet je vaak niet waarheen. Liefde zaait zichzelf. Soms zijn er woorden nodig. Soms niet. God gaat Zijn eigen goddelijke gang, en somt gebruikt Hij daar echt mensen voor. Niet te geloven ....

Probeer alsjeblieft niet de weinige gemotiveerden terug in hun hok te krijgen, de nek-uitstekers, de profeten, de struikelende vallers, de van liefde overlopende gunners, de van activisme beschuldigde bewogen bewegers.

Nee, probeer juist meer de vrijblijvende consumenten in beweging te krijgen, de zondagse kerkbankzitters, een schop onder hun achterste te geven. Appeleren. Een beetje vuurwerk in de kerk, dat zou geen kwaad kunnen. Hupsakee, de straat op, de maatschappij in, en jezelf meenemen.

Wakker worden, slapers. De tijd naakt, de roeping roept, de Heer is onderweg ... Grijp hen, die ten dode wankelen.

Niet zoveel nadenken, redeneren, discussiƫren. Boeken of weblogs schrijven.

Gewoon doen. Gaan. Zijn.

vrijdag 2 december 2011

Klaagzang

- Ik wil niet klagen, zei de profeet. Ik ben geen zeur en ook geen zanik. Maar toch, nu wil ik eigenlijk klagen.
- Maar waarover dan, vroeg de priester, en schikte zijn kleed, verzamelde het geld in de offerschalen en liep bedrijvig rond in het huis van de koning.
- Over het offer misschien? Of over de crisis?
- Nee, niet over de crisis, niet over de banken, niet over de graaiers, niet over de gebakken lucht ...
- Maar dan, waarover dan?
- Over het hedonisme.
- Het wat ...?
- Hedonisme. Alle mensen willen altijd meer, genieten, hebben, krijgen, kunnen, kopen, doen.
- En jij, jij geniet niet?
- Ik geniet ook. Zeker, maar ik relativeer alles wat ik zie. En wat ik zie, om me heen kijkend, stemt me niet hoopvol, niet vrolijk voor de toekomst.
- Je bent een pessimist.
- Ik ben een profeet.
- Wat is verschil?
- Een pessimist ziet overal problemen, ook als ze er niet zijn. Een profeet ziet dingen, analyseert ze, weegt het op de weegschaal van de koning, wil aanwijzen en corrigeren als het niet goed gaat.
- Jaja. En jij vindt nu dat het niet goed gaat. Maar de offerschalen zijn vol, het huis staat als een huis, ik doe mijn werk met vreugde. Wat wil je nog meer?
- Zie je het dan niet?
- Wat?
- De leegheid, de drukte, het najagen van wind, het egoĆÆsme, de hebberigheid, de verspilling, de leegloop, de vervaging, de verkilling, de protserigheid ...!
- Nou nou, dat is nogal wat .... Moet je jezelf niet eens relativeren? Oordeel je niet te snel, te makkelijk. Het zal zo'n vaart toch wel niet lopen. En toch zeker niet bij iedereen?
- Nee, niet bij iedereen, niet overal, niet altijd. Maar toch .... Veel meer dan me lief is. Veel meer dan de koning verdient.
- De koning? Denk je dat die er van wakker ligt?
- Waarom niet?
- Hij is er toch niet? En hij heeft belangrijker zaken aan zijn hoofd.
- Wie weet. Maar ik ben er niet zo zeker van dat hij het niet weet. Hij verdient het ook niet.
- Ach, het zal allemaal wel meevallen. Zolang de mensen hier nog willen komen, tijd en energie en geld besteden aan het onderhoud van het prachtige monument ....
- Monument? Je doet of het iets is uit een ver verleden.
- Het is ook iets uit een ver verleden ...
- Ja, maar hij komt terug, dat heeft hij beloofd. Dus het is ook iets voor de toekomst.
- Natuurlijk, dat is ook zo ... Maar het duurt anders wel lang.
- Ja, het duurt wel lang. Het wordt er niet makkelijker op. Maar weet je, zou ik de volgende keer niet een klaagzang mogen zingen?
- Een wat ...
- Een klaagzang. Een lied om alles aan de kaak te stellen.
- Ben je gek geworden? Wil je iedereen wegjagen?
- Nee, aan het denken zetten.
- En denk je dat ze dat pikken?
- Is dat interessant of ze het pikken? Hebben ze het nodig, dat is een veel belangrijker vraag.
- Je wordt naar buiten gejaagd.
- Buiten kan ik ook zingen ...
- Of ze lopen weg ...!
- Voor hun verantwoordelijkheid, bedoel je?
- Je waagt het niet. Ik wil rust in de tent.
- In het huis.
- Bij wijze van spreken dan.
- Het is niet jouw huis ...
- Ik ben er wel verantwoordelijk voor.
- Ik ook.
- Dat het vol wordt. Niet dat het leeg loopt.
- Dat het vol wordt van mensen die vol worden. Maar niet vol van weelde. En gezapigheid.
- Je bent negatief.
- Ik ben realistisch.
- Waar zijn je idealen gebleven?
- Ik ben ook idealist. Ik geloof er in. Maar soms moet er wat gebeuren, wat veranderen, wat onder ogen worden gezien.
- Dat zeg jij.
- Dat zeg ik. Het is mijn beroep. Ik ben profeet.
- Ga een boek schrijven.
- Dat schrijf ik al. Maar dat gaan ze niet lezen. Als ze niet willen.
- Wat dan? Wat wil je dan?
- Naar buiten. Roepen van de daken. Schreeuwen op de straat. In de krant. Op de radio, de televisie.
- En jij denkt dat dat zal helpen, zo agressief, zo veroordelend?
- Het is mijn taak. Spiegelen. Profeteren. Onder ogen laten zien. Tot de orde roepen.
- Het is hun eigen zaak. Je moet je niet teveel met andermans zaken bemoeien. Daar krijg je problemen mee.
- Het is mijn taak mij met de opdracht en het doel van de koning te bemoeien. Ik heb een verantwoordelijkheid. Ongeacht de problemen, die ik er mee zou kunnen krijgen.
- Je bent onverantwoordelijk.
- Ik ga zingen. De volgende keer. Een echte klaagzang. Een wakker-schud-lied.
- Ik verbied het je.
- Dan ga ik naar buiten. Nu. Ik kan het niet laten. Ik moet. Het moet.
- Tja, als je het dan niet laten kunt.
- Ik ga echt.
- Durf je wel?
- Nee. Maar ik moet.
- Doe je voorzichtig? Doe je zachtjes aan? Let je op je woorden? Op tijd wegwezen, hĆØ? En je weet het, je kunt altijd weer terugkomen, als je op de vlucht bent.
- Op de vlucht? Ga je me verstoppen?
- Als het moet.
- In het huis van de koning?
- Je weet maar nooit.
- Als ik me daar al moet verstoppen ... Ga je nog mee?
- Eh ... nee, dat kan niet. Ik moet op het huis passen.
- Jouw tent.
- Het huis. Dat zei je net zelf.
- Ik ga. Zingen.
- De groeten.
- Ja. Bid maar voor me.
- OkƩ.

De deur ging open. En de deur sloeg weer dicht. De profeet ging, het donker van de nacht in. Hij huppelde, hij zong, hij klaagde. De priester slofte hoofdschuddend weer naar binnen.

De koning glimlachte van een afstandje, zonder dat iemand hem zag. Hier heb ik op gewacht, mompelde hij. Nu gaat het beginnen. Eindelijk. Het slotakkoord.

Hij stond op.

zondag 2 oktober 2011

Onkruid


Hij hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een mens die goed zaad op zijn akker uitzaaide. Terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand onkruid tussen het graan zaaien en vertrok weer. Toen het jonge gewas opschoot en vrucht begon te dragen, kwam ook het onkruid tevoorschijn. De knechten kwamen de heer des huizes vragen: “Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dat onkruid dan vandaan?” Hij antwoordde: “Dat is het werk van een vijand.” De knechten zeiden tegen hem: “Wilt u dat wij er het onkruid tussenuit wieden?” Hij antwoordde: “Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken. Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: ‘Wied eerst het onkruid, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur.’”’ (Matth. 13 : 24-30)
Onkruid vergaat niet, zo luidt het spreekwoord. Als je tuiniert, dan weet je dat de groei van onkruid hardnekkig is. Zo heb je het weggeschoffeld tussen de bloeiende bloemen in je keurig bijgehouden voor- of achtertuin, en zo zie je het een paar dagen later weer tevoorschijn komen, de kop opsteken.

Nou ben ik helemaal geen tuinfanaticus, en ik hou ook helemaal niet van die keurig ingerichte en aangeharkte tuintjes, gevuld met zeer onnatuurlijk aandoende, niet inheemse planten en bloemen, dus zo af en toe prikkel ik wel eens iemand met de opmerking dat ik ook onkruid mooi vind. Of door de vraag stellen, wat is eigenlijk onkruid? Wie bepaalt dat? Is dat niet gewoon een kwestie van smaak?

Omdat onkruid niet mooi is, snel groeit, lastig is te verwijderen, omdat er stekels of prikkels aanzitten?

Het is niet objectief vast te stellen wat onkruid is. Het is een subjectief, persoonlijk onderscheid wat je maakt, of wat men in het algemeen vindt. Omdat het juist het kunstmatige, onnatuurlijke van onze tuintjes aantast.

Er kan veel schoonheid zitten in dat onkruid. Neem bijvoorbeeld een akkerdistel, waar we ons aan kunnen prikken, in volle bloei ziet dat er gewoon fantastisch uit. Niks mis mee. Het is onze fout dat wij die plant af en toe per ongeluk aanraken. Het ligt in de natuurlijke aanleg, de overdraagbare aard om te prikkelen. Het zit gewoon ingebakken in het systeem. En zo geldt dat ook voor andere soorten, die wij onkruid zijn gaan noemen. Brandnetels, distels, stekels en doornen bij diverse planten, paardenbloemen, zilverschoon. Elke soort heeft zijn eigen functie en schoonheid.

De algemeen heersende mening of indeling komt natuurlijk wel ergens vandaan. In een grasland wil je geen paardenbloemen, dat verlaagt de productiviteit, de opbrengst. Omdat wij in onze beschaving aan cultivering zijn gaan doen, het ten nutte make van de natuurlijke middelen, kunnen we tegenkrachten, ook gebaseerd op vermenigvuldiging door zaadzaaiing en wortelschieten, even niet gebruiken. En dus gaan we het bestrijden met middelen die vele malen erger zijn dan de kwaal.

We kunnen er zelfs een theologisch of Bijbels tintje aan geven door Genesis 3 te citeren, God gaf zelf opdracht aan de aarde om doornen en distelen voort te brengen, als straf voor de zonde van Adam en Eva. Het was dus daarvoor niet aanwezig. Het is nog maar de vraag of dit werkelijk zo is. Als je letterlijk leest wat er staat, lijkt het er niet op.
Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan, zwoegen zul je om ervan te eten,
je hele leven lang. Dorens en distels zullen er groeien, toch moet je van zijn gewassen leven. Zweten zul je voor je brood, totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen: stof ben je, tot stof keer je terug.’ (Gen. 3 : 16-18)
Ik ben geen theoloog, maar het lijkt er hier toch op dat het al bestaande een andere invulling krijgt. De aarde is vervloekt, maar wij moeten er op zwoegen. De bestaande plantenwereld zal zich als het ware tegen ons keren. We moeten moeite gaan doen, zwoegen, zweten, werken. Toch zal de aarde opbrengst geven, zullen we van de planten eten. Het is de mens zelf die is aangetast door de zonde en die wordt gestraft. Het is niet meer onschuldig en ongekunsteld liefhebben en op je gemak wandelen door de hof, hier en daar vruchten plukkend om ervan te eten. Nee, het is op een pijnlijke manier kinderen ter wereld brengen en voor je brood zwoegen. Je krijgt het niet meer zomaar cadeau. Het kost je wat. Zweet, tijd, arbeid, moeite, pijn.