Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).
Posts tonen met het label vorm. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vorm. Alle posts tonen

vrijdag 22 april 2016

Wolkenvlagen in lichterlaaie


Gisteravond, op weg naar huis ...
Zoals wel meer, viel mijn oog op de wolkenvormen.
Ze waren zo bijzonder, anders dan anders.
Ik heb er foto's van gemaakt, maar kon het niet goed vangen.
Wolken in vlaaien.
Grillige, lange vormen, 
Licht van de al wat laag staande zon er achter.
Pas tijdens de overvaart met de pont kon ik het goed vangen.
Glinsterlicht.
Zilverglans.
Zijden vlaaien in lichterlaaie.

Maar later viel er nog iets op, hoog boven mijn hoofd.
Echte kleuren tussen de wolken.
Regenboogkleuren.
Helder en transparant.
Bijzonder om te zien.
Het bleef heel lang zichtbaar.
En het was zelfs heel goed en helder op de foto te zetten.

Een speciaal halo-effect.
Licht dat schijnt op heel hoge wolken in de stratosfeer.
En daar 'breekt' in de kleine ijsdeeltjes.
Prachtig om te zien.

Een uurtje later ben ik nog even naar buiten gegaan.
Om wat foto's te maken.
De kleuren waren verdwenen.
Maar de vlagen waren er nog steeds.
Helaas bedekten ze wel de anders zo spontane kleuren van de zonsondergang.

Maar het was mooi om mee te maken.
En vast te leggen.
De schoonheid van kleur.
Maar dan heel ver boven onze hoofden.
Een ander perspectief ...



zaterdag 27 september 2014

Ik

Ik.
Ik ben.
Ik ben ooit.
Begonnen.
Geworden.
Gevormd.
Gegroeid.
Geboren.

Een ego.
Homo sapiens.

Ik ben een vreemde Vorm.
Een wonderlijk Verschijnsel.
Een ingetogen Licht.
Een Hart dat klopt.
Een Hoofd dat spookt.
Een Sprakeloze stem.
Handen die reiken, maar niet raken.
Een Lichaam dat ademt en stroomt door de Tijd.
Een waggelend Wiegje in een groot en oneindig Universum.
Een Rivier van ongrijpbare Woorden.
Een Schilder zonder Beelden.
Een Muzikant noch wal.

zondag 10 augustus 2014

Jij en ik

Als introvert ben ik gewend te dwalen in mijn eigen wereld van gedachten. Roekeloos te verdwalen tussen ontwapenende woorden en verrijkende beelden, gevormd door en gevuld met eigen ervaringen, andermans ideeën, eindeloze informatie en uitermate boeiende verhalen. Gevoed door eeuwen aan wijsheid, waarheid en wetenschap.

Daarom koester ik bij tijd en wijle de verkwikkende stilte, zodat ik niet al te erg wordt afgeleid door wat zich buiten mij bevindt. Daarom dwaal ik graag juist gedachteloos en op het gemak rond tussen beeldende delen van de verfrissende, maar akelig aardse buitenwereld. Daarom filosofeer ik in mijn domen over rijke verhalen en gevulde fantasieën.

Het verwarrende is dat veel te veel woorden te ongedurig zijn voor vasthoudendheid. Ik moet dus geduldig vissen tussen de wirwar van onophoudelijke en veelvuldige niemendalletjes. En kieskeurig wikken en wegen, los leren laten, geduldig wachten en vurig blijven hopen.

Nooit te geforceerd.
Wel altijd alert.
Open en ontvankelijk.

Het is de kunst om de zilveren kruimels uit de oververzadigde pap te vissen. Om zo inspiratie op te doen. Te beschouwen. Te mijmeren. Elk zaadje heeft tijd nodig. Elk diamantje moet groeien, met liefde en geduld. Met objectieve afstand en tegelijk ook liefdevolle betrokkenheid.

Een woord is een wereld op zich. Je kunt er alle kanten mee op. Daarom heeft een woord een beeld nodig.
Als vergelijking. Als metafoor. Als verbindende schakel tussen de zoete, ongeveinsde binnenwereld en de harde, confronterende buitenwereld.

Ten diepste is de ander de eigenlijke buitenwereld.
Relationeel en relatief dus.

Elke rijke inhoud heeft een zekere vorm nodig, om gezien, gehoord en begrepen te worden. Het moet landen, binnenkomen, geïnhaleerd worden. Voor wederzijds begrip is het voertuig van de taal en de wereld van beelden nodig. Communicatie. En dan nog is er ontvankelijkheid vereist.

Maar niet zonder meer, want een zekere kritische distantie is altijd vereist. Een kettingreactie van beschouwingen en toetsingen aan de zijde van de ontvanger. Niet alles zal klakkeloos en roekeloos worden aanvaard als waarheid of schoonheid.

Er is dus een grote kans op niet begrepen worden. Of zelfs maar gehoord worden. Want de wereld is en blijft een kakofonie van begrip en onbegrip. Van langs elkaar heen praten en luisteren. Van tomeloze vormen, al dan niet inhoudsloze woorden en een voortdurende stroom aan meer of minder interessante beelden.

Vorm, waar is je inhoud?
Inhoud, hoe geef ik je vorm?

Men wordt zo snel misleid door buitenkant en klank, gevormd door al te snel oordeel, of al te onopgemerkt vooroordeel. Afgeleid door schoonheid of glans, kleur of opsmuk. Niet alles is licht wat als licht wordt opgediend. En te veel teleurstelling in het verleden kan argwanend maken voor innerlijke schoonheid. Omdat er muren zijn opgericht, die eerst moeten worden opengebroken. Te aangedikte vorm.

Toch blijven we voortdurend zoeken naar vormen, om verbinding te zoeken, om dieper contact mogelijk te maken, om te delen wat ons heeft aangesproken, om anderen te voeden met wat ons heeft geraakt. Ondanks alle misverstaan en vervormingen. Ondanks de vloek van zwijgen als we zouden moeten uiten. Ondanks alle verdoezelpogingen en om de hete brij heen brabbelen.

Het zit in ons en het moet er uit. Het zoekt zich een weg. Het baant zich een pad. We zoeken verbinding met elkaar. We hebben elkaar bitter hard nodig.

***

Luisteraar, wordt eens wakker.
Doe je deur eens open.
Hoe kan ik je raken?
Hoe tref ik je hart?
Lezer, hoe kan ik je ogen waarderen, waarmee je dit tot je neemt?
Hoe dring ik tot je ziel door?
Kunnen we eens samen luisteren?
Door de vorm heen, tot de inhoud geraken?

Nee, kom me niet aan met wat iemand heeft gezegd in een grijs verleden.
Vermoei me niet met een boek of een diepe waarheid.
Verschuil je niet achter duizend vormen.
Maar leen me de spiegel van je ziel.
Het venster van je leven.

Ik weet het, ik zie het, ik herken het uit mijn eigen leven, er zitten vlekjes op en rafels aan.
Er ontbreken scherven.
Het spiegelt diepe duisternis en grijze wolken.
Het regent tranen van weleer.
Ik zie, ik weet, ik herken.
Ook ik ben aangeraakt.
En zo maar de weg kwijt.
Verdwaald in mijn later.

Kom, laat al je vormen eens los.
Onze inhouden willen zo graag elkaar raken.
Haken aan de tijd.
Laten we onze ogen sluiten.
En fluisteren.
Diepzinnig luisteren.
Huiveren naar elkaar.
En huilen, glimlachen, zwijgend knikken.
Bidden naar elkaars kern.
Slikken.
En schuilen, diep in elkaars gedachten.
In een onderonsje naakte eerlijkheid.
In een momentje eeuwigheid.
Met kleine groeibriljantjes licht.

Laten we wij worden.
Jij en ik.
En groeien naar elkaar.
Vormeloos en ongrijpbaar.
En laten we dan olievlekje spelen.
In de wereld van elkaar.
Deinen op de golven en dienen van de wind.
Op de wolken van luchtigheid en transparantie.

En laten we dan voorzichtig troost en liefde delven.
Onzichtbare, delende liefde.
En haar wegblazen als paardenbloempluisjes vuur.
En dan koesterend poedelen in fonteinen van kleur.
Zwijgend in begrip.
Zachtjes.
Heel rustig.
En zingen.
Tranen met tuiten.
Zonder ophouden.
Altijd.

Jij en ik.
Wij.

zondag 23 februari 2014

Brief van Paul voor de Volgers van de Vaste Vorm

Paul, een verre nazaat van de ooggetuigen, die de weg gevolgd zijn tot het einde toe en die de eeuwige vlam van het, van de alledaagsheid onthechte, geloof in veelvoudige vrucht hebben verder gedragen en bekwaam overgedragen aan de aangeraakten van later tijd.

Aan de al te rechtzinnige Volgers van de Vaste Vorm, die hun zinnen hebben gezet op wat hen van generatie op generatie is overgedragen, niet willende daarvan een duimbreed wijken.

Ik wil beginnen met mijn waardering uit te spreken voor uw altijd nadrukkelijke ijver om het goed te doen, om de voortbrengselen van uw ingebakken zuilenkennis over te dragen aan uw, vaak maar al te koppige, nageslacht, want daaruit blijkt uw bewogenheid en zendingsdrang tot het boetseren van hun gedrag en daden naar de exacte kopie van uw eigen beeld en gelijkenis.

Maar ik wil u ook ernstig waarschuwen: het gaat u echt niet lukken.
Vergeet het maar.
Geloof is geen ei wat je kunt leggen in een warm nestje zekerheid en uitbroeden in alle rust.

Want, laat ik maar eerlijk zijn, ik heb ook enige dingen tegen u.
Het zou goed zijn als u daarover naar mij zou willen luisteren.
Niet omdat ik gelijk heb en u niet, want het is zeker geen nietes-welles spelletje van middeleeuwse polemiek, maar opdat u voor zichzelf wilt nagaan of u zelf wel op de goede weg wandelt en daarom mijn wellicht pijnlijke, maar zeer gemeende woorden ernstig in overweging zult willen nemen.

Want een weg, geliefde broers en zussen, volgzame kinderen van de wijze Vader, kenmerkt zich niet door rechtlijnigheid en geasfalteerd-zijn, ontdaan van alle hindernissen, uitgevlakt en op papier tot op de laatste vierkante millimeter ontworpen en vooruitgedacht.

dinsdag 21 januari 2014

Een breekbaar lied

in de intense stilte
van een langgerekt
luistermoment
wordt traag
en subtiel
een welhaast 
breekbaar lied
geboren

wonderlijk
geïnspireerd
ontvangen
bedacht
ontvouwd
en onttoverd

woord
voor woord
als goud gedolven
geproefd
gekoesterd
en weer los
gelaten

wordt het
schuchter
zoekend
wikkend
wegend
fluisterdreigend
uitgetest

zondag 5 januari 2014

Vorm mij maar om

laat mij
maar
niet langer
dwalen
in de dorre
doodse dalen
van halen
en al maar
meer
inhalig
vangen
vormen
bouwen

of
voortdurend
rusteloos
jagen en klimmen
naar de steeds
wijkende toppen
van altijd weer
hogere bergen
van ambitie
eer en aanzien

dinsdag 12 november 2013

How can I ...

how
can I
convince
and persuade
you

when I
am seeing
everywhere
what you
cannot find
anywhere

it is
impossible
to explain
the mysterie
of grace

zondag 4 augustus 2013

Een zee van metaforen


De zee is een fantastische metafoor van wonderlijke inspiratie, die als het ware als onuitputtelijk rijke bron tot de menselijke verbeelding spreekt. Omdat zij veelzijdig is en altijd in beweging, niet te vangen en te vatten, niet te claimen of te annexeren. En zo zelfs een zee aan metaforen herbergt ...

Aan de oppervlakte het schuim van onze gedachten dat in ijdele pogingen aan het zand van elementaire materie vastigheid tracht te ontlenen, een gaan van komen en een komen van weer gaan, in een eeuwige cadans van stromende beweging, die van geen ophouden weten wil. Gevangen in de trage zwaartekracht-jump van de steeds verschuivende getijden, onder invloed van de onderlinge stand van draaiende maan en rondtollende aarde. Spelend met spiegelend en spetterend licht aan het oppervlakte-imperium, dat de verre hemelen tracht te reflecteren, verduistert zij tegelijkertijd de diepe, haast onkenbare zielenroerselen van de oernatuur, ooit geworden tot nimmer-vaste vorm.

Kalmte lijkt onwezenlijk, als een camouflagedeken over ingehouden woede, en woelige stormwinden zullen ook haar kern niet raken, omdat zij alleen het oppervlakte beroeren kunnen. Zij blijft lokken en uitnodigen om haar te bedwingen met alles wat vaart, om zo onontdekte wegen te vinden die anders niet haalbaar zouden zijn, maar te vaak tegen een te hoge prijs. Haar diepte verhult het graf van alle mislukte pogingen. Van diamanten en andere kostbare schatten tot lugubere, beter niet te openen doodskisten van voorbije levens en duistere geschiedenissen.


Zij is altijd maatje met de wind, die zachte rimpels werpt en flauwe golven strooit, die lang en ritmisch uitdeinen. Ze spelen krijgertje met elkaar, of verstoppertje, in pril geluk, het water van de zee en de speelsheid van de wind, dwarrelen vanuit het zoute wervelwater witte waterdamp omhoog en het omringende land op, strooien meervoudige tranen druppelregen uit wolken van voorbijgaan, vloeien meanderend in zoetwaterstromen vanaf de uitademende bergen weer omlaag en terug naar de wachtende, smachtende, nooit te verzadigen zee.

De zwoegende zee. Altijd bezig. Weerbarstig. Nukkig. Gedreven. Banaal. Workaholic. Beukend op de stranden, vretend aan het land, spoelend, zwelgend, spelend, lichtvoetig of zwaarmoedig.

Brommen, zingen, juichen, lispelen, lokken, jagen, dragen, huilen, geuren, lispelen. De zee in haar element. Veelzijdig, veelkleurig, veelvormig.

De zwijgende zee. Gesloten. Niet mededeelzaam. Introvert en filosofisch. Dieper dan diep. Geheimen verborgen, verleden verhuld, de toestand van morgen niet te voorspellen. Mede bepalend voor alle levensvormen op aarde.


De poëtische zee. Inspirerend. Kunstzinnig. Dichterlijk. Bron van vele liederen. Beeld van vele, verschillende beelden. Woorden gewijd. Vormen gevonden. Te kort gedaan. Te hoog geheven. Te ondiep geschat. Het is haar speelse lichtheid in duizenden fijne druppels die een fraai contrast kan vormen met haar zwaarmoedigheid en het is haar duistere diepte die mystiek aan kan doen in het al te overdadig zonlicht. Zij lonkt en lokt. Zij biologeert. Zij trekt altijd aandacht. Zij dwingt tot luisteren, zelfs als zij stil is in de nacht.

De wachtende zee. Geduldig. Lankmoedig. Geen haast. Alle tijd. Eeuwig. Perpetuum mobile. Cirkel der seizoenen.

Het tegenover voor ons zoeken naar vastigheid, wat soms een loopje met ons kan nemen. Het tegenover van het luchtige van alle ademteugen, die wij zomaar gedachteloos ons hele leven kunnen nuttigen. Het tegenover van vuur dat in ons branden kan, als nuchter blusmiddel of ontnuchterend tegenwicht.

De zee van hemelse liefde als hoogste genot, meer dan ons lichaam ooit peilen of bevroeden kan. En tegelijk duister en zwart, diep en ongrijpbaar als de nacht. Paradox van het leven.

De zee van ideeën, die men nooit kan leeg vissen.

Zij blijft vervoeren en bedwelmen, zij geeft en neemt, zij zwijgt en zingt, zij juicht en kreunt.

De zee. Zij beslaat driekwart van het oppervlakte van de aarde, maar zij blijft een mysterie. Zij roept verlangen wakker, zij roept heimwee op. Zij haalt beelden omhoog.

Maar ook, zij verbergt. Zij is als de waarheid, die wij slecht ten dele kunnen leren kennen, maar niet met ons verstand. Zij is ons gegeven, om mee te leven, om als voorbeeld te zijn voor de onvoorspelbaarheid van het leven zelf.

Zij imponeert.
Zij inspireert
Zij verwart.
Zij verwijst.


zondag 14 juli 2013

Vormgever van het verborgen verhaal

Wij mensen zijn drukke baasjes, altijd doende, rusteloos en bezig om te vergaderen en te verzamelen. We gebruiken alles wat we hebben om te zoeken wat we niet hebben. Gericht op zien en beethouden, ruiken en horen, we scannen de wereld af op houdbaarheid. We praten al luisterend langs elkaar heen.

Wij christenen zijn drukke baasjes, altijd doende, rusteloos en bezig om te vergaderen en te verzamelen. We gebruiken alles wat we hebben om te zoeken wat we niet hebben, of, afhankelijk van in welke kerk we zitten, proberen juist krampachtig vast te houden wat we hebben. Want ook wij zijn gericht op zien en beethouden, ruiken en horen, we scannen de wereld af op houdbaarheid. En ja, we praten maar al te vaak al luisterend langs elkaar heen.

Het is goed dat er soms een tegengeluid is, tegenwicht wordt geboden, tegen onze haren wordt ingestreken. Het is mooi dat we tegen grenzen aanlopen. Het is jammer dat er ook conflicten door ontstaan, ruzie wordt gezocht en verwijdering op kan treden.

Het is goed dat we af en toe met de neus op de feiten worden gedrukt. Dat we inkeren tot onszelf. Dat we de andere kant van de medaille leren beschouwen.

Het is goed om zelf tegendraads te zijn en niet met alle winden mee te waaien, zelf te leren nadenken en met een kritische blik naar de wereld om je heen te kijken, niet alles te geloven wat je wordt voorgeschoteld of wordt aangeboden als zijnde de waarheid.

Het is goed om te reflecteren op je daden en gedachten, de verbanden waar je deel van uitmaakt, de routine die je bedrijfsblind kan maken en zo met enige afstand te bezien of wat je doet goed en rechtvaardig is.

Het is goed om te leren luisteren naar woorden die niet worden uitgesproken, om te zoeken naar wat opbouwt en liefdevol is, om je niet mee te laten sleuren door de waan van de dag of opgelegde zwartgalligheid. Het is goed om de actualiteit te blijven volgen, maar wel enige distantie te blijven houden, want alles is niet van waarde en wat van waarde is haalt niet altijd het journaal.

Leren relativeren dus.
Het goede zoeken.
De waarheid najagen.

En zo is dit weblog ook bedoeld, als positieve poging om het goede uit het leven te laten zien, de schoonheid van de schepping in beelden, in woorden uit te drukken dat God goed is en ons zoekt, dat wij mensen een ingeschapen verlangen naar Hem hebben, wat ons rusteloos maakt en vervulling zoekt. Dat lukt niet altijd even goed, het blijft een poging, maar soms komt er iets moois uit, van waarde, ongedacht.

God is in de stilte. Het blijft een mooi gekozen naam, omdat het zoveel zegt. Over mij, ons mensen, maar ook over Hem. Soms inspireert Hij, rechtstreeks, met een woord, met een associatie van wat je ergens anders hoort of leest. Zo bouwen wij elkaar op. En toch blijft het ongrijpbaar en niet te annexeren voor ons, beperkte schepsels.

Maar soms ...

zondag 24 februari 2013

Een kwestie van perspectief

Dat je in je stoel zit. Niets te doen hebt. Staren naar de verte door het venster van de tijd. Dat wil ik eigenlijk vastleggen in dit verhaal. Een raamvertelling. Gezeten in een luie verhalenstoel. Het kozijn, de kamer, de binnenkant van het huis waar ik mij bevindt, fungeert eigenlijk als decor. Niet een achtergrond decor bij een toneelspel, wat bijvoorbeeld de lucht moet voorstellen of een straat. Maar een voorgrond decor. Een plantenbak op de voorgrond, die een foto diepte kan geven. Perspectief. Een omlijsting. Een kader als vertelperspectief.

Om grip te houden. De touwtjes in handen te hebben. Je creëert een nieuwe wereld, maar het geeft een zekere vertrouwdheid dat je dat doen kunt vanuit het hier en nu. Je kunt altijd terug. Het blijft veilig. Je zit comfortabel en kijkt naar buiten achter veilig glas. Je bent toeschouwer, geen deelnemer. Maar je kunt het altijd worden. Als je zou willen. Soms is die afstand even nodig. Voor de objectiviteit. Voor zelfbescherming wellicht.

***

De schilder, die zich geen kunstenaar wilde noemen, was ongedurig. Hij kon niet blijven zitten. Er was een idee ontstaan en het had onrust gebracht. Niet het idee was het probleem. Niet de uiteindelijke uitvoering zou een probleem zijn, hij kende inmiddels zijn capaciteiten. Maar de tussenliggende fase, daar lag de crux. Het idee omzetten naar een vorm, via allerlei tussenstappen handen en voeten geven aan een gedachte. Een bedoeling formuleren, maar niet in woorden. Impliciet in plaats van expliciet. Meer suggereren dan transformeren. Spelen met de intuïtie van degene die zou kijken. Zou die uiteindelijk het achterliggende idee herkennen, proeven uit de vorm, het kleurenspectrum, de opbouw die hij zou kiezen? Dat was de vraag.

zondag 3 februari 2013

Mijn Wonderlijke Tuintje

Soms.
Soms ben ik er even niet.
Niet aanspreekbaar.
Ver weg.
En toch dichtbij.
Dan zit ik in mijn wonderlijke Tuintje.

Want daar is de laatste Tijd veel moois gezaaid door het fonkelende Licht van Inspiratie.
Idee voor Idee dwarrelt vanuit de ongrijpbare hoogte, neigt ter aarde, wordt gedompeld in het dagelijks leven.
Niet alles tegelijk, maar stuk voor stuk.
Het heeft Aandacht nodig en Ontvankelijkheid, om te worden opgemerkt.
De Groei is niet te voorspellen of te voorzien en onttrekt zich grotendeels aan het oog.
Onder de Grond van de Werkelijkheid, in het onzichtbare Land van Dromen en Fantasie.
De Vrucht is nooit zeker, staat nooit vast.
De Kleur van Liefde legt zich verrassend vaak anders over het zichtbare, dan ik ooit zelf had kunnen bedenken.

Soms mag ik het begieten met Tranen van Ervaring en een Zegenbui aan Woorden, en stolt het Vluchtige Schone in Vaste Vorm.
Wordt het Herkenbaar.
Eerlijk.
Dieper dan ik bedenken kon.

zaterdag 22 december 2012

Onrust

voortdurende onrust
en diepe vragen
omklemmen
doorlopend
mijn zoeken 
naar meer 
en naar diepte
naar hoogte 
en verre beelden
van verleden
en toekomst

oceanen
vol wankele golven
donkere wolken
van smart
en woeste winden
van wanhoop
voeren mij mee
naar het einde
van wat ik
niet weten wil

kom
fluister
mijn naam
hou mijn hand
eindeloos vast
troost mij
met tranen
mijmer mij
rustig

luister mijn drukte
terug tot het fluisteren
van woorden
zonder waarde

zondag 21 oktober 2012

Heiligdom

In onze, toch al hectische tijd lijkt een kaalslag gaande. Elk gezag is tanende. Alles wordt bekritiseerd. Alles wat zich verheft boven het maaiveld, moet met de grond gelijk worden gemaakt. Alles wat heilig is, moet het ontgelden. Cabaretiers kunnen snoeihard de maatschappij ontleden, mankementen blootleggen. Analisten scherpen hun pen met messcherpe woorden, kraken harde noten. Alles wat afwijkt wordt onder kritiek gesteld.

Er is een langdurig, bijna onopgemerkt proces van nivellering bezig. Wij allen zijn gelijk aan iedereen. Iedereen wil alles. Nu. Politiek en bestuurders, zij die de macht beoefenen, gaan ook al populair doen. Het gaat om smoel en spreekvaardigheid in plaats van om de inhoud. Peilingen leiden, bestuurders volgen. Vroeger stelden politici vragen aan de regering en schreven de kranten daarover. Vandaag de dag stellen politici vragen over het laatste televisieprogramma of het nieuws van de dag. Amechtig. 

Zuilen wankelen en staan onder kritiek, ook in het kerkelijke wereldje. Het ontmoeten van elkaar, doet kerkmuren wegvallen. We kunnen van elkaar kennis nemen, leren. We schrijven stukken in een enkele, eigen krant, hele polemieken, maar zelfs dat is lang niet zo scherp meer als vroeger.

Iedereen weet het beter. 
En gaat zijn eigen gang. 
En doet maar wat. 
Het maakt niet uit. 
Want alles moet maar kunnen.

Ik chargeer. Ik schep een duister beeld, een donker schilderij. Maar het is wel een tendens. Van korte lontjes en grote ego's. Zelfverwerkelijking. Zelfverheerlijking. Creëren van je eigen gouden kalf. Met een hooischelf eromheen. Niet vuurbestendig, dus.

Vanmorgen kwam ik zomaar een woord tegen, dat bleef hangen. Een nogal contrasterend woord met het hierboven beschrevene. Een woord, waar mijn geest mee aan de haal ging. Het bleef rondcirkelen in mijn gedachten, er kwamen allerlei associaties bij, het gistte even, bruisend en kortstondig.

Heiligdom, was het woord. Of heilig.

woensdag 10 oktober 2012

Reflectie

Soms zou ik wel een schilder willen zijn, een kunstenaar, een met kleuren aan de gang gaande visionair, die al mengend en ploeterend, klodderend en gedetailleerd aan het werk, toch het overzicht behoudt om aan het geheel, het totaalbeeld, te werken. Elke minuut en elke klodder verf, ook het vooropgestelde doel in de gaten blijven houden. En ik weet hoe moeilijk dat is, want ik heb het zelf ooit gedaan. Dat klodderen dan natuurlijk. En dat viel al niet mee. Laat staan het samenhangend geheel van kleuren, de dieptewerking, de verbeelding, de schaduwen, de lichtval, de nauwkeurigheid, de totaalindruk. Traag in de opbouw, maar verbluffend resultaat. Nee, dat lukte mij niet. Ik heb het opgegeven. Maar soms, soms kriebelt het nog. Nog steeds. Na jaren.

Soms zou ik wel een kwast willen zijn. Een instrument in de hand van de meester. Middel tussen idee en vorm. Een bruikbaar artikel, met kracht en inzet gehanteerd, met een duidelijk doel voor ogen. Na afloop van het karwei, zorgvuldig schoongemaakt, drogen om te wachten op de volgende klus, het moment, de bevlieging en de bevlogenheid van de schilder.

Soms zou ik wel de verf willen zijn, kneedbaar en mengbaar, bewust gebruikt middel om kleur aan te brengen op het witte doek. Om iets te scheppen op het platte vlak, tweedimensionaal, wat een beeld is van de driedimensionale werkelijkheid. Een verbeelding, een verklanking, een heenwijzing of een aanwijzing. Smeuïg tijdens het smeren, maar na verloop van tijd uithardend, door het vervliegen van de overbodig geworden thinner. Dienstbaar middel. Opofferingsgezind en ondergeschikt.

Soms zou ik wel het schilderij willen zijn, de van eerste opzet tot uitgewerkte versie van iemands visie. Aan de muur willen hangen, middenin beeld, pontificaal in de focus. Of 's nachts natuurlijk. gewoon in het donker, pronken met andermans veren. Ook al wordt je niet gezien, je mag er toch zijn. Je bent iets geworden uit niets meer dan wat verf en een doek. Je stelt iets voor. Je beeldt iets uit. Je bent een doel. Je hebt een vorm. In veelkleurigheid. Met voorbedachte rade. Je doet er toe, zonder iets te hoeven doen. Het werk is al gebeurd.

Soms zou ik wel het idee willen zijn, dat de schilder kreeg, voor hij met werken begon. De inspiratie, de ingeving, het lichtje dat ging branden. Het woord, het beeld, dat binnenkwam, dat bleef rommelen, dat weer wegzakte en later weer om aandacht vroeg. Het worstelbare idee, dat vorm zocht. Het zaad dat geplant wilde worden. De regen die wilde vallen. De wolk, die een uitweg zocht. Het gedicht dat geschreven wilde worden. De kleurenfontein, die op uitbarsten stond.

Soms zou ik het daglicht willen zijn, dat alles in het zicht brengt. Toonbaar en aanwezig. Het licht dat bron is en tegelijk de stralen die worden voortgebracht en uitgezonden. Pontificaal en doelgericht. De wereld in zichtbaarheid. De duisternis verdreven. Open en bloot. Tot zijn geroepen.

Soms ...

zondag 12 augustus 2012

Als de beeldhouwer visie krijgt ...


visie
is 
stilstaan
en zien
waar
anderen
aan voorbij
lopen

visie
is
het idee
voor
het werken
daadwerkelijk
een aanvang 
neemt

donderdag 10 mei 2012

God

wij
maken ons
een beeld
van u

willen 
vorm
als norm

wij
denken
vaak
te snel
te weten
hoe u bent

stoppen
in een hokje

bouwen
met woorden
een toren
van babel