De eerste keer dat ik deze bijzondere vrouw hoorde zingen, was ze volgens mij nog een meisje. Ze trad op bij één of andere liefdadigheidsconcert, waarvan ik de naam niet meer kan achterhalen. Life Aid? In een vol stadion, tussen allerlei grote namen uit de popmuziek, kwam ze daar het podium op, kaalgeschoren koppie, soepjurk aan, op blote voeten. Anti-glitter. Maar die stem. Wat een volume. A cappella. Door merg en been …!
Als je je verdiept in haar levensgeschiedenis, wordt je daar niet vrolijk van. Gebrokenheid in optima forma. Als reactie op haar moeilijke jeugd wordt ze tamelijk rebels. Ze is twee keer getrouwd, heeft vier kinderen, wordt lesbisch, stelt kindermisbruik in de katholieke kerk aan de orde, heeft last van een bipolaire stoornis en zelfmoordneigingen, verscheurt het portret van de paus in een TV show, wordt vervolgens uitgejouwd door het publiek tijdens een Bob Dylan tribute concert. Duikt de reggae muziek in. Enkele jaren later wordt ze tot katholiek priesteres gewijd, wat feitelijk onmogelijk is, in ieder geval niet toegestaan door de kerk.
En toch, als je tussen de regels van sommige van haar songteksten doorleest, ontdek je dat ze op zoek was. Naar liefde, echtheid, waarheid. In haar reggae tijd hoorde je regelmatig de naam Jajah voorbijkomen, een verbastering van Yahweh. Op haar voorlaatste CD stond een nummer: ‘This is to mother you’, waarbij God als een vrouw wordt voorgesteld.