Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).
Posts tonen met het label luisteren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label luisteren. Alle posts tonen
maandag 24 december 2018
zaterdag 31 maart 2018
Het blijft stil
Het thema van de #Bloghop van @Christelijkewebloggers voor de maand maart is: 'God ervaren in je leven'.
Toen ik dat las, begon er iets te kriebelen.
God ervaren in je leven?
Kan dat dan ...?
God ...?
God is toch de Gans Andere?
De Andere Dimensie?
De Onaanraakbare?
De Onkenbare?
En wij?
Wij zijn toch mensen?
Tijdelijk, kwetsbaar, sterfelijk, zwak?
Dat gaat toch niet samen, dat zijn twee andere grootheden?
Dat wil zeggen het Allergrootste en het allerzwakste.
De Almacht en het stof der aarde.
Wij kunnen God helemaal niet ervaren in ons leven.
We zouden het niet aankunnen.
We zouden onmiddellijk de dood sterven.
En ja, ik ken de verhalen, de wonderlijke overleveringen, de mooie dingen die mensen kunnen meemaken of zeggen mee te maken.
Maar het kan gewoon niet.
Niet rechtstreeks.
Niet direct.
Niet in het hier en nu.
God is te groot voor ons.
De kloof tussen ons is te diep, te ver, te breed.
De sterfelijkheid kan de Onsterfelijke niet ontmoeten of ervaren.
Onze dimensie wordt begrensd door ruimte en tijd.
Ons leven is ooit begonnen, wonderlijk ontstaan.
Maar de dood is een grens, waar wij niet overheen kunnen zien.
***
Toen ik dat las, begon er iets te kriebelen.
God ervaren in je leven?
Kan dat dan ...?
God ...?
God is toch de Gans Andere?
De Andere Dimensie?
De Onaanraakbare?
De Onkenbare?
En wij?
Wij zijn toch mensen?
Tijdelijk, kwetsbaar, sterfelijk, zwak?
Dat gaat toch niet samen, dat zijn twee andere grootheden?
Dat wil zeggen het Allergrootste en het allerzwakste.
De Almacht en het stof der aarde.
Wij kunnen God helemaal niet ervaren in ons leven.
We zouden het niet aankunnen.
We zouden onmiddellijk de dood sterven.
En ja, ik ken de verhalen, de wonderlijke overleveringen, de mooie dingen die mensen kunnen meemaken of zeggen mee te maken.
Maar het kan gewoon niet.
Niet rechtstreeks.
Niet direct.
Niet in het hier en nu.
God is te groot voor ons.
De kloof tussen ons is te diep, te ver, te breed.
De sterfelijkheid kan de Onsterfelijke niet ontmoeten of ervaren.
Onze dimensie wordt begrensd door ruimte en tijd.
Ons leven is ooit begonnen, wonderlijk ontstaan.
Maar de dood is een grens, waar wij niet overheen kunnen zien.
***
zaterdag 18 november 2017
De stilte is een broedwoestijn
wees
niet bang
wacht niet lang
koester zwijgen
hou maar even
je adem in
en sta stil
bij het leven
wandel rustig
door de dag
laat
het los
laat
het gaan
laat
je woorden
waaien
sluit
je ogen
zet
je hart
maar open
en laat
gerust
verwondering
toe
de stilte is
een broedwoestijn
een mijmerbos
een luisterlied
het zaaigoed
voor de zomer
woensdag 6 september 2017
Luister
Het knettert.
Het ratelt.
Het schreeuwt.
Het wauwelt.
Het roept.
Het rent.
Het doet.
Het borrelt.
Het waait.
Het dwaast.
Het raaskalt.
Heel de dag door.
Baasjes.
Bralkikkers.
Branieschoppers.
Roeptoeters.
Leeghoofden.
Kilharten.
Allemaal herrie.
Allemaal haast.
Allemaal bombarie.
Alles roept om aandacht.
Ononderbroken.
Continu.
Het went nooit.
Maar.
Het leidt af.
Het verdoezelt.
Het verduistert.
Want.
Alles waait immers weer over.
Als de nacht valt.
En de ogen sluiten.
Of als uiteindelijk.
De dood het laatste woord krijgt.
Lijkt te krijgen.
Daarom.
Het ratelt.
Het schreeuwt.
Het wauwelt.
Het roept.
Het rent.
Het doet.
Het borrelt.
Het waait.
Het dwaast.
Het raaskalt.
Heel de dag door.
Baasjes.
Bralkikkers.
Branieschoppers.
Roeptoeters.
Leeghoofden.
Kilharten.
Allemaal herrie.
Allemaal haast.
Allemaal bombarie.
Alles roept om aandacht.
Ononderbroken.
Continu.
Het went nooit.
Maar.
Het leidt af.
Het verdoezelt.
Het verduistert.
Want.
Alles waait immers weer over.
Als de nacht valt.
En de ogen sluiten.
Of als uiteindelijk.
De dood het laatste woord krijgt.
Lijkt te krijgen.
Daarom.
woensdag 17 december 2014
Moet je horen
Moet je kijken.
Onbegrijpelijke rijstebrij.
Langgerekte lijntjes, dwarse streepjes.
Kijk ze dartelen, fladderen, op en neer, witte rondjes met een stokje, zwarte rondjes met een vlagje.
Drentelen, buitelen, op z'n kop en weer terug.
Opgetogen, vogelvrij.
Hier en daar een puntje.
Wriemel-logica.
Ritmisch.
Regelmatig.
Consequent.
Moet je horen.
Hoe ze spelen.
Hoe ze klinken.
Hoe ze zingen.
Hoe ze kwelen.
Frank en vrij.
Ongedwongen.
Los en lopend.
Dwalend op een rij.
Luchtig, vluchtig vleugelen in een open atmosfeer.
Tintelende, truultrillende, zinderende luchtstromen.
Melodieus.
Minutieus.
Langzaam, vlug, traag en weer snel
Vol van ritme, charme, klankenbrij.
Flegmatiek.
Onbegrijpelijke rijstebrij.
Langgerekte lijntjes, dwarse streepjes.
Kijk ze dartelen, fladderen, op en neer, witte rondjes met een stokje, zwarte rondjes met een vlagje.
Drentelen, buitelen, op z'n kop en weer terug.
Opgetogen, vogelvrij.
Hier en daar een puntje.
Wriemel-logica.
Ritmisch.
Regelmatig.
Consequent.
Moet je horen.
Hoe ze spelen.
Hoe ze klinken.
Hoe ze zingen.
Hoe ze kwelen.
Frank en vrij.
Ongedwongen.
Los en lopend.
Dwalend op een rij.
Luchtig, vluchtig vleugelen in een open atmosfeer.
Tintelende, truultrillende, zinderende luchtstromen.
Melodieus.
Minutieus.
Langzaam, vlug, traag en weer snel
Vol van ritme, charme, klankenbrij.
Flegmatiek.
zaterdag 8 november 2014
Geboortebericht
er dwaalt
een gedicht
in mijn dwarrelende
gedachten
zwaar
van het leven
lichter
dan licht
het is
te luchtig
om te boetseren
het is
nog te vrij
om te laten
gaan
het hecht
zich bij vlagen
aan wankele
woorden
zondag 2 november 2014
Ik ben het lied
Ik.
Ik ben.
Ik ben Ik.
Ik ben overal.
Ik ben altijd.
Ik ben oneindig.
Ik ben macht.
Ik ben kracht.
Ik ben liefde.
Ik ben alles.
Ik ben.
Ik.
Ken je Mij?
Heb je Mij gezien?
Weet je wie Ik ben?
Ik ben verborgen.
Ik ben te groot.
Ik ben te overweldigend.
Ik bewaar afstand.
Ter wille van jou.
Je kunt het niet aan.
Nog niet.
Je bent te beperkt.
Daarom beperk Ik mij.
Bewust.
Ik trek Mij terug.
Ik omhul Mij.
En Ik ben geduldig.
Ik wacht.
Maar.
Ik openbaar Mij ook.
Ik licht tipjes van de sluier op.
zondag 10 augustus 2014
Jij en ik
Als introvert ben ik gewend te dwalen in mijn eigen wereld van gedachten. Roekeloos te verdwalen tussen ontwapenende woorden en verrijkende beelden, gevormd door en gevuld met eigen ervaringen, andermans ideeën, eindeloze informatie en uitermate boeiende verhalen. Gevoed door eeuwen aan wijsheid, waarheid en wetenschap.
Daarom koester ik bij tijd en wijle de verkwikkende stilte, zodat ik niet al te erg wordt afgeleid door wat zich buiten mij bevindt. Daarom dwaal ik graag juist gedachteloos en op het gemak rond tussen beeldende delen van de verfrissende, maar akelig aardse buitenwereld. Daarom filosofeer ik in mijn domen over rijke verhalen en gevulde fantasieën.
Het verwarrende is dat veel te veel woorden te ongedurig zijn voor vasthoudendheid. Ik moet dus geduldig vissen tussen de wirwar van onophoudelijke en veelvuldige niemendalletjes. En kieskeurig wikken en wegen, los leren laten, geduldig wachten en vurig blijven hopen.
Nooit te geforceerd.
Wel altijd alert.
Open en ontvankelijk.
Het is de kunst om de zilveren kruimels uit de oververzadigde pap te vissen. Om zo inspiratie op te doen. Te beschouwen. Te mijmeren. Elk zaadje heeft tijd nodig. Elk diamantje moet groeien, met liefde en geduld. Met objectieve afstand en tegelijk ook liefdevolle betrokkenheid.
Een woord is een wereld op zich. Je kunt er alle kanten mee op. Daarom heeft een woord een beeld nodig.
Als vergelijking. Als metafoor. Als verbindende schakel tussen de zoete, ongeveinsde binnenwereld en de harde, confronterende buitenwereld.
Ten diepste is de ander de eigenlijke buitenwereld.
Relationeel en relatief dus.
Elke rijke inhoud heeft een zekere vorm nodig, om gezien, gehoord en begrepen te worden. Het moet landen, binnenkomen, geïnhaleerd worden. Voor wederzijds begrip is het voertuig van de taal en de wereld van beelden nodig. Communicatie. En dan nog is er ontvankelijkheid vereist.
Maar niet zonder meer, want een zekere kritische distantie is altijd vereist. Een kettingreactie van beschouwingen en toetsingen aan de zijde van de ontvanger. Niet alles zal klakkeloos en roekeloos worden aanvaard als waarheid of schoonheid.
Er is dus een grote kans op niet begrepen worden. Of zelfs maar gehoord worden. Want de wereld is en blijft een kakofonie van begrip en onbegrip. Van langs elkaar heen praten en luisteren. Van tomeloze vormen, al dan niet inhoudsloze woorden en een voortdurende stroom aan meer of minder interessante beelden.
Vorm, waar is je inhoud?
Inhoud, hoe geef ik je vorm?
Men wordt zo snel misleid door buitenkant en klank, gevormd door al te snel oordeel, of al te onopgemerkt vooroordeel. Afgeleid door schoonheid of glans, kleur of opsmuk. Niet alles is licht wat als licht wordt opgediend. En te veel teleurstelling in het verleden kan argwanend maken voor innerlijke schoonheid. Omdat er muren zijn opgericht, die eerst moeten worden opengebroken. Te aangedikte vorm.
Toch blijven we voortdurend zoeken naar vormen, om verbinding te zoeken, om dieper contact mogelijk te maken, om te delen wat ons heeft aangesproken, om anderen te voeden met wat ons heeft geraakt. Ondanks alle misverstaan en vervormingen. Ondanks de vloek van zwijgen als we zouden moeten uiten. Ondanks alle verdoezelpogingen en om de hete brij heen brabbelen.
Het zit in ons en het moet er uit. Het zoekt zich een weg. Het baant zich een pad. We zoeken verbinding met elkaar. We hebben elkaar bitter hard nodig.
Luisteraar, wordt eens wakker.
Doe je deur eens open.
Hoe kan ik je raken?
Hoe tref ik je hart?
Lezer, hoe kan ik je ogen waarderen, waarmee je dit tot je neemt?
Hoe dring ik tot je ziel door?
Kunnen we eens samen luisteren?
Door de vorm heen, tot de inhoud geraken?
Nee, kom me niet aan met wat iemand heeft gezegd in een grijs verleden.
Vermoei me niet met een boek of een diepe waarheid.
Verschuil je niet achter duizend vormen.
Maar leen me de spiegel van je ziel.
Het venster van je leven.
Ik weet het, ik zie het, ik herken het uit mijn eigen leven, er zitten vlekjes op en rafels aan.
Er ontbreken scherven.
Het spiegelt diepe duisternis en grijze wolken.
Het regent tranen van weleer.
Ik zie, ik weet, ik herken.
Ook ik ben aangeraakt.
En zo maar de weg kwijt.
Verdwaald in mijn later.
Kom, laat al je vormen eens los.
Onze inhouden willen zo graag elkaar raken.
Haken aan de tijd.
Laten we onze ogen sluiten.
En fluisteren.
Diepzinnig luisteren.
Huiveren naar elkaar.
En huilen, glimlachen, zwijgend knikken.
Bidden naar elkaars kern.
Slikken.
En schuilen, diep in elkaars gedachten.
In een onderonsje naakte eerlijkheid.
In een momentje eeuwigheid.
Met kleine groeibriljantjes licht.
Laten we wij worden.
Jij en ik.
En groeien naar elkaar.
Vormeloos en ongrijpbaar.
En laten we dan olievlekje spelen.
In de wereld van elkaar.
Deinen op de golven en dienen van de wind.
Op de wolken van luchtigheid en transparantie.
En laten we dan voorzichtig troost en liefde delven.
Onzichtbare, delende liefde.
En haar wegblazen als paardenbloempluisjes vuur.
En dan koesterend poedelen in fonteinen van kleur.
Zwijgend in begrip.
Zachtjes.
Heel rustig.
En zingen.
Tranen met tuiten.
Zonder ophouden.
Altijd.
Jij en ik.
Wij.
Daarom koester ik bij tijd en wijle de verkwikkende stilte, zodat ik niet al te erg wordt afgeleid door wat zich buiten mij bevindt. Daarom dwaal ik graag juist gedachteloos en op het gemak rond tussen beeldende delen van de verfrissende, maar akelig aardse buitenwereld. Daarom filosofeer ik in mijn domen over rijke verhalen en gevulde fantasieën.
Het verwarrende is dat veel te veel woorden te ongedurig zijn voor vasthoudendheid. Ik moet dus geduldig vissen tussen de wirwar van onophoudelijke en veelvuldige niemendalletjes. En kieskeurig wikken en wegen, los leren laten, geduldig wachten en vurig blijven hopen.
Nooit te geforceerd.
Wel altijd alert.
Open en ontvankelijk.
Het is de kunst om de zilveren kruimels uit de oververzadigde pap te vissen. Om zo inspiratie op te doen. Te beschouwen. Te mijmeren. Elk zaadje heeft tijd nodig. Elk diamantje moet groeien, met liefde en geduld. Met objectieve afstand en tegelijk ook liefdevolle betrokkenheid.
Een woord is een wereld op zich. Je kunt er alle kanten mee op. Daarom heeft een woord een beeld nodig.
Als vergelijking. Als metafoor. Als verbindende schakel tussen de zoete, ongeveinsde binnenwereld en de harde, confronterende buitenwereld.
Ten diepste is de ander de eigenlijke buitenwereld.
Relationeel en relatief dus.
Elke rijke inhoud heeft een zekere vorm nodig, om gezien, gehoord en begrepen te worden. Het moet landen, binnenkomen, geïnhaleerd worden. Voor wederzijds begrip is het voertuig van de taal en de wereld van beelden nodig. Communicatie. En dan nog is er ontvankelijkheid vereist.
Maar niet zonder meer, want een zekere kritische distantie is altijd vereist. Een kettingreactie van beschouwingen en toetsingen aan de zijde van de ontvanger. Niet alles zal klakkeloos en roekeloos worden aanvaard als waarheid of schoonheid.
Er is dus een grote kans op niet begrepen worden. Of zelfs maar gehoord worden. Want de wereld is en blijft een kakofonie van begrip en onbegrip. Van langs elkaar heen praten en luisteren. Van tomeloze vormen, al dan niet inhoudsloze woorden en een voortdurende stroom aan meer of minder interessante beelden.
Vorm, waar is je inhoud?
Inhoud, hoe geef ik je vorm?
Men wordt zo snel misleid door buitenkant en klank, gevormd door al te snel oordeel, of al te onopgemerkt vooroordeel. Afgeleid door schoonheid of glans, kleur of opsmuk. Niet alles is licht wat als licht wordt opgediend. En te veel teleurstelling in het verleden kan argwanend maken voor innerlijke schoonheid. Omdat er muren zijn opgericht, die eerst moeten worden opengebroken. Te aangedikte vorm.
Toch blijven we voortdurend zoeken naar vormen, om verbinding te zoeken, om dieper contact mogelijk te maken, om te delen wat ons heeft aangesproken, om anderen te voeden met wat ons heeft geraakt. Ondanks alle misverstaan en vervormingen. Ondanks de vloek van zwijgen als we zouden moeten uiten. Ondanks alle verdoezelpogingen en om de hete brij heen brabbelen.
Het zit in ons en het moet er uit. Het zoekt zich een weg. Het baant zich een pad. We zoeken verbinding met elkaar. We hebben elkaar bitter hard nodig.
***
Luisteraar, wordt eens wakker.
Doe je deur eens open.
Hoe kan ik je raken?
Hoe tref ik je hart?
Lezer, hoe kan ik je ogen waarderen, waarmee je dit tot je neemt?
Hoe dring ik tot je ziel door?
Kunnen we eens samen luisteren?
Door de vorm heen, tot de inhoud geraken?
Nee, kom me niet aan met wat iemand heeft gezegd in een grijs verleden.
Vermoei me niet met een boek of een diepe waarheid.
Verschuil je niet achter duizend vormen.
Maar leen me de spiegel van je ziel.
Het venster van je leven.
Ik weet het, ik zie het, ik herken het uit mijn eigen leven, er zitten vlekjes op en rafels aan.
Er ontbreken scherven.
Het spiegelt diepe duisternis en grijze wolken.
Het regent tranen van weleer.
Ik zie, ik weet, ik herken.
Ook ik ben aangeraakt.
En zo maar de weg kwijt.
Verdwaald in mijn later.
Kom, laat al je vormen eens los.
Onze inhouden willen zo graag elkaar raken.
Haken aan de tijd.
Laten we onze ogen sluiten.
En fluisteren.
Diepzinnig luisteren.
Huiveren naar elkaar.
En huilen, glimlachen, zwijgend knikken.
Bidden naar elkaars kern.
Slikken.
En schuilen, diep in elkaars gedachten.
In een onderonsje naakte eerlijkheid.
In een momentje eeuwigheid.
Met kleine groeibriljantjes licht.
Laten we wij worden.
Jij en ik.
En groeien naar elkaar.
Vormeloos en ongrijpbaar.
En laten we dan olievlekje spelen.
In de wereld van elkaar.
Deinen op de golven en dienen van de wind.
Op de wolken van luchtigheid en transparantie.
En laten we dan voorzichtig troost en liefde delven.
Onzichtbare, delende liefde.
En haar wegblazen als paardenbloempluisjes vuur.
En dan koesterend poedelen in fonteinen van kleur.
Zwijgend in begrip.
Zachtjes.
Heel rustig.
En zingen.
Tranen met tuiten.
Zonder ophouden.
Altijd.
Jij en ik.
Wij.
zondag 22 juni 2014
Luister ze wakker ...
- Sta even stil, mensenkind, zei hij en hief zijn vinger gedreven ten hemel, er zitten dromen verborgen in het licht, luister ze wakker en geef ze te eten. Lees hun zielen en stuur ze het bos in, zodat ze vorm zullen vinden en juichend zullen groeien in wordingskracht.
We kuierden samen, hij en ik, in het late avondlicht. De wind was zacht en loom en deed de grashalmen buigzaam wuiven. De schaduwen waren lang, overal krioelden insecten in het gouden licht van weten, vogels trippelden voor onze voeten weg, of zweefden zonder vleugelslag op onzichtbare stromen boven onze hoofden.
Ik luisterde naar het traag kabbelen van zijn sonore stemgeluid en dronk de woorden die hij sprak, als koel en verfrissend water, als heilzame balsem voor mijn al te lang dorstig gebleven hart. Zijn glimlach deed me gloeien, de gelijkmatigheid van zijn tred bracht innerlijke rust en stuurde mijn aandacht haast direct naar de dieper liggende liefde van waaruit hij sprak. Het deed me heilzaam goed.
Hij vertelde uitgebreid over de bron van het leven, over het herkennen van waarheid, over de werkelijkheid van dieper liggende schoonheid en vertaalde honderduit metaforen in herkenbaarheid. Maar tegelijk koesterde hij het zwijgende mysterie, dat altijd als een vaag waas ons verstaan te boven zal blijven gaan, omdat liefde nu eenmaal geen logica is.
We kuierden samen, hij en ik, in het late avondlicht. De wind was zacht en loom en deed de grashalmen buigzaam wuiven. De schaduwen waren lang, overal krioelden insecten in het gouden licht van weten, vogels trippelden voor onze voeten weg, of zweefden zonder vleugelslag op onzichtbare stromen boven onze hoofden.
Ik luisterde naar het traag kabbelen van zijn sonore stemgeluid en dronk de woorden die hij sprak, als koel en verfrissend water, als heilzame balsem voor mijn al te lang dorstig gebleven hart. Zijn glimlach deed me gloeien, de gelijkmatigheid van zijn tred bracht innerlijke rust en stuurde mijn aandacht haast direct naar de dieper liggende liefde van waaruit hij sprak. Het deed me heilzaam goed.
Hij vertelde uitgebreid over de bron van het leven, over het herkennen van waarheid, over de werkelijkheid van dieper liggende schoonheid en vertaalde honderduit metaforen in herkenbaarheid. Maar tegelijk koesterde hij het zwijgende mysterie, dat altijd als een vaag waas ons verstaan te boven zal blijven gaan, omdat liefde nu eenmaal geen logica is.
zondag 8 juni 2014
De geest die vaardig is
ja
ik geloof
maar niet
in massameetings
gebouwen
als een huis-van-god
one-man-shows
of schreeuwende vandalen
zoet-houd-clubjes
of koffieleuterijen
ja
ik geloof
in de kracht
van het woord
maar niet
in het verbaal
vertalen van de
zoveelste eigen
interpretatie
omdat het
ontkracht
wat klaar is
voor gebruik
en bedoeld
om te aanvaarden
dinsdag 16 april 2013
Vissers van niks
zeg
zullen wij
het volle net
eens open maken
de vette vis
weer laten gaan
het land
van onze arbeid
een jaar lang
braak
laten liggen
wachtend
in rust
om uit te ademen
van alle overjarige mest
zeg
zullen wij
eens vaker zwijgen
bij zoveel
moeilijke vragen
zaterdag 22 december 2012
Onrust
voortdurende onrust
en diepe vragen
omklemmen
doorlopend
mijn zoeken
naar meer
en naar diepte
naar hoogte
en verre beelden
van verleden
en toekomst
oceanen
vol wankele golven
donkere wolken
van smart
en woeste winden
van wanhoop
voeren mij mee
naar het einde
van wat ik
niet weten wil
kom
fluister
mijn naam
hou mijn hand
eindeloos vast
troost mij
met tranen
mijmer mij
rustig
luister mijn drukte
terug tot het fluisteren
van woorden
zonder waarde
zondag 9 december 2012
Stilte geven aan de woorden
vaak
geven wij
de stilte
woorden
om zo te benoemen
wat waarde heeft
in onze gedachten
brengen wij
het verleden
in herinnering
boetseren
onze dromen
voor de toekomst
beschrijven
het nu
met lange zinnen
om zekerheid
te zoeken
voor moeilijke vragen
of lastige keuzes
dinsdag 6 november 2012
Jouw hart
zien
kan ik je wel
met je hart
dat zacht is
en verweekt
door verdriet
diep
van binnen
kan ik
zelfs
een beetje
voelen
hoe je snakt
naar erkenning
en warmte
en troost
maar nee
dat hart
van jou
het is echt
niet hard
en hout
en onaanraakbaar
zondag 2 september 2012
Ontwaakt
Op een dag worden we wakker uit een droom.
Een lange, lange dag.
Een zeker realistische droom.
Een heel verrassend en verfrissend ontwaken.
Tot onmiddellijk opstaan geroepen door verhelderend en openbarend licht.
Tot overweldigend begrijpen leidende vergezichten.
Tot verrassend overpeinzen brengende terugblik op de droom, die nu voorbij is.
Een leven herleefd in andersdimensionale terugblik.
Onder een mild oordeel van eigen ogen.
Van een objectieve afstand.
Met verbazing aanschouwd.
Verwonderd over de toch duidelijke signalen, verborgen achter de realiteit van ruimte en tijd.
Retrospectief.
Bedremmeld zwijgen.
Herkennen.
Herbeleven.
Aanvoelen.
Begrijpen.
Erkennen.
Was dat het?
Toen?
Zo?
Ik?
zaterdag 1 september 2012
Luisteren
Luister eens.
Ergens, onopgemerkt, ongezien, verborgen voor onze ogen is er Iemand.
Iemand die luistert.
Iemand met aandacht.
Voor mij.
Voor jou.
Hij is stil en wacht.
Hij ziet wat er speelt.
Hij weet wat er leeft.
Hij hoort wat je denkt.
Hij kent je, door en door.
Dat is een wonder, dat Hij luistert.
Dat hij luisteren wil.
Dat hij ons hoort, in al onze bezigheden en activiteiten, met al ons geklets en alle bijgeluiden.
Al onze herrie. Alle kakofonie tussen alle netwerken van alle mensen in de hele wereld.
In de stilte van het heelal, in de uitgestrektheid van het universum.
In het donker van de nacht, in die diepste bitterheid van eenzaamheid, in het felste verdriet.
En dat Hij wacht.
Vertraagd.
Ingehouden.
Verwachtingsvol.
woensdag 6 juni 2012
donderdag 17 mei 2012
Lees mij open, luister mij licht ...
kun je me
horen
zie je me
gaan
voel je me
worstelen
wat heb ik
gedaan
er is iets
in mij
een brandend
vuur
een diep verlangen
te zeggen
wat geen woorden
heeft
een boodschap
te brengen
die ik zelf
niet bevat
zondag 15 april 2012
Op zoek naar fossiele zielen
in een akelige lege
langwerpige straat
vol merkwaardig identieke huizen
wandel ik traag
en verbaasd
naar de niet te ontwaren
einder
ondertussen
probeer ik
bewust en bedoeld
achter donker ontspiegelde ramen
fossiele zielen
te ontwaren
eenzame schimmen
en dolende zoekers
verborgen ontheemden
en verstopte vluchters
maar hoe ik
ook kijk
en zoek
zij vertonen zich niet
verlaten en leeg
lijkt dit breekbaar universum
van kijkende ogen
en ongehoorde antwoorden
op niet gestelde vragen
zondag 18 maart 2012
Luister ...
Het is buitengewoon druk in de straten van de stad en de mensen lopen gehaast aan elkaar voorbij. Straten vol kunstlicht. Etalages vol aangeprezen overbodigheid. Herrie alom, toeterende auto's, fietsers die bellen, mensen die in hun eigen oor lijken te roepen.
Iemand staat stil, midden op straat, onverwacht. Mensen botsen bijna tegen hem op, lopen met een boog om hem heen.
Hij gebaart, hij roept, hij wijst.
Niemand die aandacht schenkt, iedereen loopt door. Haast. Ongelooflijke haast. Taken die wachten. Boodschappen die moeten worden gedaan. Afspraken die moeten worden nagekomen.
Hoor, hij roept harder.
Luister, hij zegt iets.
Kijk, hij wijst nog nadrukkelijker.
- Luister. Het begint met chaos. Maar een eerste woord zegt iets. Een daad wordt gesteld. Orde ontstaat. Het gebeurt. Alles wordt.
Een enkeling kijkt achterom, bij het voorbijlopen. Lacht even, maar gaat toch verder.
- Luister. Het begint met een sprankje, een vonk, een vlammetje. Op een dag was er een lichtje in het donker. Maar wie ontstak de zon? Wie wil haar weer uitdoen? Wie is in staat tot regulatie, doseren? Wie kan het vuur doven, als het laaiend is?
In de verte beieren een paar kerkklokken. De tingel van de tram overstemt zijn woorden. Maar hij gaat onverstoorbaar verder, heeft een verhoging op straat gevonden, waardoor hij nu boven iedereen uitsteekt. Hij wordt gezien, opgemerkt. Een kind wijst naar hem, dwingt zijn moeder tot stilstaan, luisteren.
Iemand staat stil, midden op straat, onverwacht. Mensen botsen bijna tegen hem op, lopen met een boog om hem heen.
Hij gebaart, hij roept, hij wijst.
Niemand die aandacht schenkt, iedereen loopt door. Haast. Ongelooflijke haast. Taken die wachten. Boodschappen die moeten worden gedaan. Afspraken die moeten worden nagekomen.
Hoor, hij roept harder.
Luister, hij zegt iets.
Kijk, hij wijst nog nadrukkelijker.
- Luister. Het begint met chaos. Maar een eerste woord zegt iets. Een daad wordt gesteld. Orde ontstaat. Het gebeurt. Alles wordt.
Een enkeling kijkt achterom, bij het voorbijlopen. Lacht even, maar gaat toch verder.
- Luister. Het begint met een sprankje, een vonk, een vlammetje. Op een dag was er een lichtje in het donker. Maar wie ontstak de zon? Wie wil haar weer uitdoen? Wie is in staat tot regulatie, doseren? Wie kan het vuur doven, als het laaiend is?
In de verte beieren een paar kerkklokken. De tingel van de tram overstemt zijn woorden. Maar hij gaat onverstoorbaar verder, heeft een verhoging op straat gevonden, waardoor hij nu boven iedereen uitsteekt. Hij wordt gezien, opgemerkt. Een kind wijst naar hem, dwingt zijn moeder tot stilstaan, luisteren.
Abonneren op:
Posts (Atom)


