Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).
Posts tonen met het label kip. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kip. Alle posts tonen

donderdag 13 februari 2014

Tok tok

tok tok
zei de kip
en zij
lei timide
een glanzend
wit ei

tok tok
zei het ei
ik wil
hier uit
want ik ben
geen ei

wat nou
tokte de kip
ik ben je
moeder
mauw
niet zo
dwaas

maandag 13 februari 2012

Kip en ei

- Dag kip, zei het ei.
- Dag ei, zei de kip.
- Kennen wij elkaar?
- Ach, zei de kip, ik ben je moeder.
- Ah, zei het ei, als ik het niet dacht.
- Kun jij denken dan, ei?
- Ja, kip, ik heb al heel wat afgedacht.
- Op school gezeten?
- Zelfeducatie.
- Toe maar ...
- Ach ja, je hebt denkers en je hebt doeners
- Je meent het.
- Ik heb bijvoorbeeld nagedacht over de filosofie van de kip en het ei.
- De filosofie ...?
- De vraag wie er eerder was, de kip of het ei  ...
- De kip natuurlijk. Elk ei komt uit een kip.
- Ja, maar elke kip was eerst een ei!
- Ei-ei ...
- Waar of niet?
- Nou ...?
- Zeg maar.
- Op een dag schiep God alle dieren ...
- Ah ... maar wie zegt dat er een God is?
- Wie zegt dat er geen God is?
- Je veronderstelt iets ...
- Als er geen God is, waren er ook geen kippen. En als er geen kippen waren, kwamen er ook geen eieren.
- Let op, nu kan ik vertellen wat ik mij bedacht heb ...
- Nou, eh, ho maar hoor. Niet zoveel kakelen, eieren leggen, zoals meneer Haan altijd zegt.
- Ja, maar ik ben zelf nog een ei.
- Elk ei is in de wieg gelegd voor kip. En elke kip moet eieren leggen.
- Wie zegt dat dat moet?
- Dat hoort zo.
- Van wie?
- Dat zit in je natuur.
- Het zit in mijn natuur om te denken. Ik ben een denk-ei.
- Dank je de koekoek. Kom, liggen, dan kan ik je uitbroeden.
- Niks uitbroeden. Ik moet eerst nadenken of ik dat wel wil.
- Je bent een ei-gen-wijs ei ...!
- Haha, zeker.
- Kom, zei de kip.
- Nee, zei het ei.
- Wijsneus ..., bromde de kip en draaide zich mokkend om.
- Eens even denken wat ik zal gaan doen, hoor.
- Niks denken, niks doen, gewoon stilliggen, warm worden, geduld hebben, wachten, groeien, tikken, en uit je schil kruipen.
- Is dat zoals het hoort?
- Ja.
- Oké, maar het is niet wat ik wil.
- Wat nou, je hebt niets te willen!
- Ik denk dat ik eerst eens mijn omgeving ga verkennen.
- Je hebt geen poten!
- Ja, maar ik ben een ei, ik kan wel rollen.
- Rollen?
- Sure!

En weg rolde het ei. Lachend rolde hij het nest uit. En kletste kapot op de harde grond. Het werd heel stil in het kippenhok.

- Ei-ei, zei de kop toen, hoofdschuddend.
- Zo jammer. Ei-gen-wijs ei. Het had zo mooi kunnen zijn.