Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).

donderdag 17 februari 2011

De vierde dimensie

Er is meer tussen hemel en aarde. Een veelgehoorde uitdrukking. Je wilt niet weten wat er allemaal te koop is op de markt die ‘spiritualiteit’ heet. Zelf heb ik het liever over het feit (dus niet geloof), dat er een andere werkelijkheid is. Die we niet kunnen zien of voelen, maar soms, heel af en toe, wel kunnen ‘ervaren’.
Je zou dat de vierde dimensie kunnen noemen. Naast de eerste drie, lengte, breedte en diepte. Onze werkelijkheid is namelijk beperkt, omdat we die alleen met onze zintuigen kunnen waarnemen. We zien, voelen, proeven, horen en ruiken. En dat is waar je als mens uitermate bedreven in wordt. In onze moderne, nogal hedonistische maatschappij lijkt dat het ultieme doel, zoveel mogelijk hebben, genieten, consumeren. Pluk de dag.
Toch dekt dat woord, de vierde dimensie, ook weer niet helemaal de lading. Die vierde dimensie is niet iets extra’s boven de andere drie, iets waar je naar kunt streven, iets wat je kunt grijpen op het moment dat je er naartoe gegroeid bent, in een volgende fase in je leven beland bent, zoals de boeddhisten geloven. Het nirvana, het complete niets, alles loslaten wat je aan de aarde bindt.
Ik denk namelijk dat onze werkelijkheid nogal beperkt is, qua ruimte, qua tijd. Niet vanuit ons standpunt gezien, maar bezien vanuit die andere werkelijkheid. Voor de mens, de aarde, de kosmos er was, voor de tijd er was, was God er al. Hij bedacht iets. Hij sprak. Hij schiep. Maar Hij maakte het zo, dat Hij naar ons kon kijken, terwijl wij Hem niet konden zien. En vanuit Zijn eeuwigheid, er altijd zijn, kan Hij onze tijd zien, van begin tot eind, in één oogopslag. Hij weet dus dingen, die wij (nog) niet weten, omdat het nog in onze toekomst verborgen ligt.

En nu kunnen wij niet boven onszelf uitgroeien, met ons beperkte lichaam en onze beperkte geest, maar Hij kan zich wel openbaren, manifesteren, sturen zelfs, binnen onze beperkte werkelijkheid. Als Hij wil. Hij richt zich dan naar onze werkelijkheid, past zich aan onze beperkte vermogens aan. Opdat wij het kunnen bevatten.
De vraag is of wij daar open voor staan.
Als je bewijzen wilt voor dit ´idee´, die zijn er genoeg. Vind ik. Geloof ik. Juist omdat God zich wil laten kennen, zich openbaart, een relatie zoekt met mensen. De Bijbel staat er vol van,  van die ooggetuigenverslagen. God die spreekt, in een droom, een visioen, in de gedaante van een engel, een mens. God die fluistert. God die je ogen opent.
Ik geef een paar voorbeelden.
- Mozes bij de brandende braambos, Exodus 3. Ja, zul je zeggen, is God in een boom, een struik? Ja, Hij liet iets zien van zichzelf, in de gedaante van de engel van de Heer, in een vuur. Hij noemde zelf die plaats tegenover Mozes ‘heilig’. En dan spreekt Hij dus zelfs tot Mozes, noemt zijn eigen naam: ‘Ik ben’. Yahweh. Later, in Exodus 34, als Mozes voor de tweede keer de tien geboden krijgt, ‘daalde de Heer neer in een wolk, Hij kwam naast Mozes staan en riep de naam Heer uit.’
- Ander voorbeeld, Elia. We kennen hem van de Karmel, wanneer hij aan de hand van het offer ‘ bewijst’ dat God een levende God is (1 Koningen 18). Toch gaat Elia daarna twijfelen, vertrekt naar de berg Horeb en zit een beetje te mokken in een grot. Dan richt God zich tot hem, spreekt hem aan, manifesteert zich in verschillende vormen, een windvlaag, een aardbeving, een vuur (maar de Heer was daar niet in) en tenslotte in het gefluister van een zachte bries. Opmerkelijk. God is in de stilte. Niet in de almacht, de herrie, maar in het zwijgen.
- Er zijn andere voorbeelden te geven vanuit de Bijbel, als het gordijn even opzij geschoven wordt, we even een inkijkje krijgen in die andere wereld. Bijvoorbeeld als Elisa ‘de ogen geopend worden’ en hij een schare engelen ziet die daar de wacht houdt om het huis.
- De getuigenissen van mensen met Godservaringen zijn legio. Onderbouwd. Voor wie het weten wil.
Zelf heb je soms ook van die ervaringen, dat kan geen toeval meer zijn. Van die knipoogjes van God, als jij net in een moeilijke fase zit. Of je hebt een gesprek met iemand, luistert, stelt een vraag en terwijl je die vraag stelt denk je al: waar komt die vraag vandaan? Die is niet van mezelf. Of je loopt een boekhandel binnen, een hoek om waar je normaal nooit komt, ziet precies dat boek met die titel, waar je een dag tevoren met iemand over gesproken hebt.
Staan wij open voor die aanwijzingen? Horen wij het nog als God fluistert? Lopen wij God niet teveel in de weg met onze acties, onze bezigheden?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen