Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).

donderdag 28 juli 2011

Woorden en daden en niks

Inmiddels ben ik zo'n vijf maanden actief aan het bloggen. Het bevalt mij goed om op deze manier zaken te verwoorden die zich al langer in mijn hoofd bevinden. Ze van mij af te schrijven. Woorden te geven aan ideeën, verlangens, dromen. Gedachten om te zetten in geschreven tekst. Het opborrelende water uit de bron van mijn geest te kanaliseren en vorm te geven in gestolde taal.

Wat ook zeker goed bevalt is om op de hoogte te blijven van wat andere mensen aan ideeën verwoorden. Het doet je kennis en inzicht vermeerderen. Het geeft herkenning. Het doet je beseffen dat er meer te koop is op deze wereld, dat er meer is dan jij kunt zien, dat er nog werelden zijn te verkennen, in werkelijkheid of in gedachten.

Het is goed om te zien hoe beperkt je eigen leef- en denkwereld soms kan zijn. Het leert je relativeren. Alles in een breder perspectief te zien. Zoals vandaag nog. Zomaar twee voorbeelden straks.

Maar er is ook een grens aan kennen, leren, ontdekken. Er is niet alleen een wereld van woorden. Er is ook een echte wereld. Er zijn plichtplegingen die moeten gebeuren. Er is een grens aan wat je allemaal tot je kunt nemen. Er zijn dingen die niet in woorden zijn uit te drukken. Je kunt ook teveel gefixeerd zijn op praten en woorden. Mooi blog daarover is dit: Stilte.

Zo is Nederland een land bij uitstek een land waar veel woorden gebruikt worden. Er is altijd al een overvloed aan woorden, maar de laatste dagen lijkt de kakofonie van geluiden over en weer in intensiteit en veelheid alsmaar toe te nemen. Kijk alleen maar naar de politiek. Het is nota bene vakantietijd, maar zie hoe politici over elkaar heen buitelen en wijzen en schrijven en reageren, de pennen in beweging, de vingers wijzend, analyse en tegen-analyse, actie en reactie en tegenreactie. Meer en verder en dieper en hoger en ... ja, waar gaat het nog over, wie weet nog de echte antwoorden?

Zouden we niet beter gewoon even stil kunnen zijn. Stil kunnen staan bij de aanleiding voor al deze discussie? Zouden we wellicht niet beter kunnen zwijgen, en tot onszelf in kunnen keren? Waar hebben al die woorden ons, de hele wereld, elk individu, alle verbanden en netwerken, sociale en politieke zuilen, alle door elkaar heen lopende contacten, ons feitelijk gebracht?

Het is herrie, het is nooit meer stil. Allemaal woorden. Kakelen als kippen zonder kop. Niet altijd onwaar, niet allemaal onzin, maar toch. Altijd maar doorgaand. Bruisend, bonkend, schokkend, borrelend. Altijd in beweging. Nooit, nimmer, even rust.

Stilte. Je zou het bijna van de daken schreeuwen. Door de klas. Door de Tweede Kamer. Overal waar herrie is.

Bezinnen, tot rust komen, even zwijgen, stil zijn. Vakantietijd is daar nou juist een uitstekende tijd voor. Maar we jakkeren naar verre oorden, lezen alle achterstallige boeken of hollen van de ene attractie naar de andere, honderden foto's makend voor later.

Later, hebben we ooit tijd voor later? We leven nu.

Maar leven we nu? Echt? Waarlijk? Wezenlijk? Of worden we geleefd?

Zien we hoe de wereld eruitziet buiten onze eigen welvaart, rijkdom en werkkring? Absorberen we de beelden van de televisie die we zien, de woorden die we lezen in de krant of op internet, of slikken we ze met de koffie weer weg? Dringen ze door tot in ons binnenste? Blijven ze haken?

Ik bedoel, de honger in Afrika, de gebeurtenissen in Noorwegen, de financiële crisis in Europa en Amerika, de onrust in het Midden-Oosten. Hoe lang kan dit allemaal nog 'goed' blijven gaan? Goed, maar dan in de betekenis van: 'dat wij er niets van merken'. alles hangt tegenwoordig met elkaar samen, we zijn van elkaar afhankelijk, dus, hoe dan ook, we gaan er met zijn allen een keer iets van merken. Zijn wij er dan op voorbereid? Kunnen we ons er nog op voorbereiden?

Wat als op een dag ineens alle stroom uit zou vallen. Eén dag, een week, een maand. Waar zou onze economie blijven, als we niet kunnen pinnen? Waar zouden we moeten kopen, als alle stroom uitvalt? Wat zouden we moeten drinken, eten? Waar zou onze beschaving blijven als het ineens ieder voor zich wordt?

Denken we er wel eens aan?

Ik probeer niemand bang te maken, ik wil alleen realistisch zijn, laten zien hoe kwetsbaar al onze systemen zijn. En hoe we ook best eens wat meer realistisch en nuchter mogen kijken naar ons bezig zijn, geobsedeerd zijn door alle materiële zaken, afhankelijk zijn van alle moderne snufjes. Alles is gebaseerd op de gedachte dat het altijd zo blijft. Of nog meer. Nog beter. Nog nieuwer.

Terwijl elders in de wereld veel dingen gebeuren, die ziekte en dood tot gevolg hebben. Als we daar met zijn allen een klein beetje aan zouden denken, een heel klein deel van onze welvaart aan zouden opofferen, het zou niet eens een offer betekenen, maar het zou al zoveel verschil maken.

Helpt het dan? Altijd weer die vraag naar het effect, alsof alles een druppel op een gloeiende plaat is, alsof het volgend jaar weer hetzelfde probleem zou zijn. Stel nu, dat je zelf een probleem hebt, langs de kant van de weg staat in een vreemd land, geen ANWB beschikbaar, zou je dan niet geholpen willen worden? Zou een flesje water in de brandende zon al geen zegen kunnen zijn voor ons verwende lichaam?

Ik las daar vandaag een mooi, appellerend en alles in het juiste perspectief zettend artikel over op dit blog 'Leef' van Martijn Rutgers. Dat is nog eens relativeren! Heftig, confronterend, laten we er eens iets mee doen. Iets aan doen. Met zijn allen. Niet afwachten, maar doen.

Geen woorden dus, maar daden. Geen ja maars, maar actie. Geen discussie, maar doen. Geen geld voor jezelf of nieuwe snufjes, maar even denken, doen, overmaken. Omdat iemand anders iets nodig heeft. Die naaste, weetjewel. En naaste, dat gaat nog verder, ik bedoel, die is nog dichterbij dan je denkt. Om de hoek. Voor je ogen. Naast je in de bus of in de winkel.

En, nog even over die woorden. Als er zoveel gesproken wordt, geschreven wordt. Als er zoveel woorden worden geuit. Als er zoveel in de kranten staat. Als er zoveel getwitterd en gefacebookt en geblogd wordt, als iedereen reageert op iedereen.

Zou er dan nog wel iemand luisteren?

Waar monden zijn, moeten ook oren openstaan. Waar pennen schrijven of typers typen, daar moeten ook ogen lezen. Waar zoveel ideeën gelanceerd en uitgedragen worden, daar moeten ook dingen, zaken, dromen overgedragen en begrepen worden, herkend, gevoeld en aangevoeld. Maar ook verwezenlijkt en gerealiseerd. Geïmplementeerd.

Of niet?

Moeten we wellicht terug naar voor de beschaving? Beg you pardon? Tja, ik weet het, klinkt revolutionair. Maar toch, ik word zo moe van al die woorden. Die visies. Die nota's. Die pogingen tot veranderen. Het is al zo ingewikkeld en zo'n in elkaar gevlochten kluwen van allerlei meningen, feiten en gevoelens, gaan we dat ook nog weer aanpassen, verbeteren, herstructureren, optimaliseren.

Laten we terug gaan naar af.

Naar eenvoud. Naar stilte. Naar armoe. Naar niks.

Vrijwillig. Zelfgekozen. Tijdelijk, dat wel. Onder de blote sterrenhemel. Een week zonder sociale media. Een dag vasten. Enkele uren in de natuur. Een weekend in een klooster. Een boek achter elkaar uit lezen. Een boek met een boodschap. En die dan overdenken. En toepassen. Doen.

Consuminderen. Prachtig woord. Moeilijke opgave. Alle overbodigheid registreren en analyseren. En wegdoen. Alternatieven zoeken. Elke grote uitgave die je doet, ook in dezelfde mate aan een goed doel schenken.

Zwijgen. Bewust zwijgen. Observeren. Kijken. Luisteren. Aanschouwen. Bepeinzen.

Heroriënteren.

Terug naar binnen. Terug naar Boven.

Alles, ja alles, in de handen van God leggen. Van Hem gekregen, aan Hem retour.

'Dank U wel, God, ik heb het ontvangen, gekregen. In bruikleen. Maar ik geef het terug. Iemand anders heeft het harder nodig. Heel veel mensen hebben het harder nodig dan ik.'

Dat is overgave. Maar ook een opgave. Onthechten. Alles loslaten. Kaal en naakt. Onze pinnen uit de grond, als zwervers en pelgrims, niet vast en zeker, maar onderweg. Onzeker, onbekend, de toekomst een vraag, de weg niet verder dan de horizon.

Zouden we het aandurven? Zou ik het kunnen? Zou ik het willen?

Hebben we het vertrouwen? Het geloof? Het lef?

Durven we het aan met onze God?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen