Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).

zondag 14 december 2014

Going nowhere ...

'Going nowhere ...'

Ergens intrigeert dat mij.
Zomaar twee woorden, nog niet eens een halve zin.

Open einde, door die drie puntjes.
Er zit beweging in, maar geen bestemming, geen reisdoel.
Geen vertrekpunt ook, van oorsprong niets bekend.
Alleen maar een gaan.
Een reis door de tijd.
De weg van een leven.

Maar er borrelen allemaal vragen bij mij naar boven.
Want het lijkt allemaal te losjes, te niet-betrokken, te vrijblijvend.
Of is dat een te voorbarige conclusie?

Is het licht of is het juist duister?
Voert de weg door de schemering wellicht?
Is de weg vlak en recht of slingert zij zich voort, over bergen en door dalen?
Is de reiziger een zwerver of een pelgrim?
Is hij misschien op de vlucht en heeft hij iets achter gelaten, afgesloten?
Is hij alleen of in gezelschap?

Reist hij oppervlakkig of graaft hij ondertussen diep?
In zijn verleden, in zijn geheugen, in de ingewikkeldheid van de dingen?
Of reist hij al reikend, al starend naar verten, bevlogen, begeesterd?
Kan hij het aan, deze reis of kost het hem moeite?
Heeft hij een zware last te dragen of gaat hij bewust met lichte tred?

Is het een dichter, een dromer, een vechter, een losbol?
Is het wellicht een troubadour van treurige liedjes?
Is het de liefde die hem drijft?
Is het de hemel die hem roept?
Is hij geobsedeerd door de horizon van verlangen?

Waarom?
Dat is de grote vraag.
Maar hoort die vraag bij hem?
Of juist bij mij?
Wil ik het weten, wil ik het invullen voor hem?
Wil ik het verhaal horen achter de woorden, het leven achter de mens?
Kan ik het ook los laten?
Het overgeven?
Het gewoon laten staan, die twee woorden.

'Going nowhere ...'

Zo maar.
Vrij.
Los.
Wandelen.
Naar nergens.
Kuieren.
Slenteren.

Ik heb het gedaan, jarenlang.
Deze zomer kwam er niet veel van, vanwege een niet-willende knie.
Maar het heeft iets, dat wandelen, alsmaar de cadans van twee benen, stap voor stap.
De wereld die onder je schoenen doorschuift.
Alsmaar gaan, daar waar je ogen heen gericht zijn.
Het ritme van je ademhaling.
De wind in je haren.
De rust om je heen.
De stilte in je hoofd.
De horizon die telkens opschuift.
De natuur die overal weer anders is.
Een omgeving die in al haar rust, nooit echt stil is, maar vol fluisteringen.

'Going nowhere ...'

Het verstilt.
Het brengt rust.
Het roept mijmeringen naar boven.
Je loopt in het decor van een groot schilderij.
Je bekijkt het en je maakt er tegelijk deel van uit.
Het zet je leven in een groter perspectief.
Je beseft je eigen nietigheid en waardeert ook de eigenheid van alle dingen.
Je doet er toe, zeker, maar je bent nooit alleen op deze wereld.
Want je bent deel van een groter geheel.

Nee, het is niet vrijblijvend, niet oppervlakkig.
Soms mag je dieper graven, al doet dat ook wel eens pijn.
Soms mag je hoger reiken of gaat de hemel even open.
Een knipoog van het leven.
Een lichtstraal op je pad.
Een gedachte die blijft hangen.
Een moment van inspiratie.
Uitzicht op een vergezicht.

Maar het cruciale punt is, dat bereik je niet, juist niet, niet altijd, door doelgerichtheid.

Dat vliegt zomaar aan.
Dat komt zomaar langs.
Dat overvalt je.
Als je stil wordt.
Als je even ergens heen gaat.
Zonder doel, zonder plan.
Tussen alle bezigheden en drukdoenerij.
Even op adem komt.

Het komt.
Als het komt.
En het gaat.
Je kunt het niet triggeren, niet vangen, niet vatten, niet claimen.
Maar je moet er wel open voor staan.
Er ontvankelijk voor durven zijn.
Luisteren met aandacht.
Alert.

En tegelijk los.
Los van alles wat hinderen kan.
Luchtig.
Open.
Vrij.

Je moet maar durven ...

'Going nowhere ...'

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen