Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).

zondag 9 november 2014

Zet onze voeten maar weer terug op de aarde

Wij jagen rusteloos.
Naar hoger en  verder.
En graven onbekommerd naar te diep om te weten.
Wij zingen ons moed in.
Of drinken ons suf om te vergeten.
Wij blazen zo vaak te hoog van de toren.
Reiken voorbij.
Kijken te ver.

O God die te groot zijt om te verklaren.
Wiens diepte wij nimmer ten volle kunnen peilen.
Zelfs wat U gemaakt heeft, doet duizelen van dimensies.

Zet onze voeten maar weer terug op de aarde.
Op de begane grond.
Op de gebaande wegen.
Waar wij thuis horen.
In de vette klei van gezapigheid.
Of op het losse struikelzand.
Ver onder de ongrijpbare wolken van luchtigheid.

Want ja, we komen tekort.
Telkens weer.
We schieten ons doel voorbij.
Regelmatig.
We lopen tegen onze beperkingen aan.
En we doen krampachtig.
Ons uiterste best.


Niet wat we willen of wat we ontvingen, laat zien wie we zijn.
Of waar we zijn geboren.
Of in welke hoedanigheid.
Niet waar we naar toe willen, verdient onze aandacht.

Beperk onze blik maar, tot wat er te zien is.
Breng ons waar onze handen nog kunnen voelen.
Waar woorden nog verstaanbaar zijn.
Op schreeuwafstand.
Een wandeling ver.
Eén dag tegelijk.
Meer valt toch niet te plannen.

Wat er toe doet, is wat we bereid zijn te delen.
Een luisterend oor.
Een helpende hand.
Een simpele vraag.
Een hakkelend gesprek, van hart tot hart.

Zo dichtbij dat we het vaak over het hoofd zien.
Te vanzelfsprekend.
Veel te gewoon.
Kaal en neutraal.

Zonder oordeel, zonder voordeel
Zonder bijgedachten.
Waar het nodig is.
Waar een hart huilt.
Of waar een glimlach zo veel kan betekenen.
Een simpele groet.
Een handreiking, zonder afzender.

Weg met de schuttingen.
Weg met de voordeur.
Afgepaste bezoektijden.
Regelmaat.
Muren en vakjes.
Soorten en maten.

Want wat we geven.
Dat is ook maar gekregen.
En wat we delen.
Dat groeit.
Vanzelf weer aan.
Het is zaad wat met de wind wordt verstrooid.
Op hoop van oogst, maar altijd onberekenbaar.
Het is een kruikje, zo breekbaar.
Maar het houdt niet op, als we eenmaal durven beginnen te schenken.

Geloof het maar.
Ook al is het te gek voor woorden.
Of ongewoon.
Of tegen de stroom.
Of krijg je scheve blikken.
Of ervaar je tegenstand.

Want.
Het lijkt zo onooglijk.
Zo'n druppel op een gloeiende plaat.
Maar het is ook zo simpel.
Het heet liefde.
Druppel voor druppel.
Een glaasje water vol.

En als je er eenmaal door bent aangeraakt.
Is er geen kruid tegen gewassen.
Adem benemend.
Licht ontvlambaar.
Tegendraads.

Niet echt aards.
Het is waar.
Eerder van een hogere orde, verder dan de wolken kunnen reiken.
Zo diep en ondoorgrondelijk ook, voor de wetenschap onvindbaar.

Niet te meten.
Niet te maken.
Niet te kneden.
Niet te voorspellen.
Niet te claimen.
Niet te koop.

Maar.
Het leeft bij de dag.
Eén hand tegelijk.
Eén hart gevuld, dat is over gelopen.
Het gaat altijd, waar het eigenlijk niet gaan kan.
Maar het begint heel dicht bij huis.
Je zou er bijna over struikelen.

Niet te veel denken.
Niet te veel praten.
Maar gewoon.
Maar eens doen.

Hoor je het fluisteren?
Door het heelal?
Zacht, in je hart?

En ...
Wat je delen durft.
Heb je zelf net zo hard nodig.
Elke dag.
Gegeven.
Om van te leven.

Zo.
Ben je niet eenzaam.
Nooit meer alleen.
Want iedereen heeft nodig.
Wat we alleen elkaar kunnen geven.

God van de hemel.
Heb dank voor de aarde.
Want niets heeft meer waarde.
Dan de liefde.
Die U er bracht.
Te mooi om te bewaren.
Te kostbaar om te verstoppen.
Of op te potten.

Niets is er blijvend.
Dan de liefde die we geven.
Bij beetjes.
Bij druppels.
Bij bekers.
Bij vlagen.

Wat werd gezaaid.
In die hoop.
Zal voor altijd.
Zijn.

Dus.
Open.
Die deur.
Van je hart.
Van je huis.
Van je leven.
Open.
Je ogen.
Die hand.
Die mond.
Die muren.
Open.
De dag.
Kom.
En laat komen.
Doe.
En zie niet om.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen